Berlikum
& de rubriek 'IK JOU DE PEN TROCH'
In
deze rubriek vertellen Berlikumers over zichzelf, over het dorp, over dingen
die hen opvallen etc. De rubriek is gestart in november 1998
(reacties
'pen' 1999/1998)
|
Ik
geef de pen door Uitdaging voor de Pôlle Heeft u dat nou ook, dat gevoel als je langs nieuwbouwwijken rijdt in Friesland, het er allemaal zo lullig uitziet? En saai. Net of iedereen verdwenen is, met vakantie of zo. Voor de duidelijkheid, ik bedoel nu niet de gebouwen op zich zelf. Misschien is dat nog een kwestie van smaak. En waar geen smaak is, is geen kwaliteit. Nee, ik bedoel stedenbouwkundig. Neem bijvoorbeeld de westkant van Berlikum, aan de Gernierswei. Die woninkjes met die enge loodsen erbij. Keurig naast elkaar op een grasveldje. Als tweedehands auto's bij een louche handelaar. En er achter die blikken loodsen. Het is net alsof die woningen 's nachts weer in die loodsen moeten worden geschoven, om 's ochtends weer op hun grasveldje gezet te kunnen worden. Verschrikkelijke kleuren verplicht (uitstraling!). Graag nog extra lichtbakreclames toevoegen en het kloppend hart van de Berlikumer Business is compleet. Hoeven we het oude dorp niet meer te zien. En dan die herinrichting van de Buorren. Alweer enige jaren geleden gerealiseerd. Ooit was Berlikum een bloeiende havenstad aan de Middelsee. Volgeladen schepen voeren vanuit zee de Oost-Indische Opvaart op. Tussen de Buorren en deze vaart was een aantal pleintjes (de Piip, het Dok, de Streek) met een smalle vaart. De boten werden de vaart ingetrokken, aan de ene kant gelost en aan de andere kant geladen. Zeer efficiënt. Vervolgens werd de handel op wagens geladen en via de Buorren afgevoerd. Hoewel historisch is dit een prachtig gegeven om recreatief uit te buiten. Maar nee, pleintjes volbouwen met autoboxen en waar de gracht toch nog te zien is, deze verstoppen achter plantsoentjes. Toen ik hier ongeveer 25 jaar geleden kwam wonen was de Buorren een bloeiende winkelstraat. Door allerlei oorzaken verdwenen vele winkels. Om dit verval een handje te helpen werden overal paaltjes geplaatst om auto's te pesten. En éénrichtingsverkeer ingevoerd (welk verkeer?). En omdat kennelijk het geld nog niet op was werden er 'leuke' vlekjes van verschillende kleuren beton (!)steentjes bedacht. Een vrolijke sprei over een stervende patiënt. Principiële fout: Niet uitgaan van waarde en mogelijkheden van het bestaande, maar alles willen bedekken met cosmetische eenheidsworst, waar alleen de (wegen)bouwer beter van wordt. En nu is er weer een nieuwe kans: De herinrichting van het gebied rondom de Pôlle. De gemeente, de ogen nog niet geopend na het debacle van Dronrijp Oost had zijn hoop gevestigd op 'Heymans' als projectontwikkelaar. Op het hoofdkantoor van Heymans denken ze dat Friesland een soort safaripark is, bewoond door naïevelingen met een spraakgebrek. Zeer geschikt als oefenmateriaal voor hun kandidaat-kroonprinsen om ervaring op te doen voor het volbouwen van vinexlocaties. Winstgevend in het westen. Gelukkig hebben ze, bang voor de kosten van bodemsanering, afgehaakt. In het vacuüm is een aantal zogenaamde 'ontwikkelaars' gesprongen. Enkele zijn niet meer dan 'hit en run' speculanten. Wel serieus is een ontwikkelaar die een aantal grondeigenaren heeft verenigd en die gesteund wordt door enkele (wegen)bouwers. Hun kracht is dat ze tenminste uit de buurt komen en dus kunnen weten wat in Berlikum de uitdaging is. Hun zwakte is de schijn dat wellicht enkele grondeigenaren meer belang hebben bij hun beurs dan bij Berlikum en dat de bouwondernemers liever kiezen voor bouwvolume dan voor Berlikum. Significant is dat er al in bestuurlijke kringen wordt gepraat over een aantal van 52 (!) woningen om de kosten (is dit dan al uitgerekend?) te dekken. 52 Woningen! Wat voor woningen, voor wie en waarom vraag ik me dan af. Is het niet beter om eerst eens het terrein te inventariseren. De mogelijkheden. De omvang. De waterwegen etcetera. En dan de behoeften te bepalen, in samenspraak met bevolking en bedrijfsleven van Berlikum, zodat een levende en dus levendige wijk ontstaat. Een andere ontwikkelaar is hiertoe bereid en in staat. In verschillende kleinschalige situaties is dit bewezen. Deze ontwikkelaar is niet gebonden aan grondeigenaren en (wegen)bouwbedrijven. In mijn opinie is de optimale situatie een samenwerking tussen deze en de eerder genoemde ontwikkelaar, zodat ze de krachten kunnen bundelen. Aan de gemeente om hiervoor de randvoorwaarden te scheppen. Aan de Berlikumer gemeenschap om de gemeente op dit spoor te zetten en de vinger aan de pols te houden. Laten we in Berlikum ook eens iets beter doen dan elders. Piet Timans, stedenbouwkundige en architect. Aan wie Timans de pen door heeft gegeven leest u de volgende keer. Ik
geef de pen door Bij het lezen van 'de pen' vroeg ik mij wel eens af wie mij de pen door zou geven. Dat ik deze van Wietske Born zou krijgen had ik zeker niet verwacht. Toch even een kritische noot. Wietske schrijft in haar bijdrage dat 'aardig doorzettingsvermogen ertoe heeft geleid een goede opvolger te vinden'. Ik neem aan dat ze mij ermee bedoelde, maar de enige die mij achter de broek aan heeft gezeten is Ria, redactielid van Op 'e Roaster. Aan wie ik de pen doorgeef, ik weet het nog niet. Misschien klop ik binnenkort wel bij u of jou aan. Maar goed, de pen ligt er en ik moet eerlijk bekennen, het valt me niet mee. Spreken gaat me wat makkelijker af dan schrijven. Laat me maar bij het begin beginnen. Johan van Tuinen is mijn naam en Nynke Zuidema is mijn vriendin. Samen wonen we aan de J. van Tuinenstrjitte 3 en dat alweer sinds 1996. Ik ben een geboren en getogen Berltsumer, de vierde telg in een rij van vijf in het gezin van Jaap en Gre van Tuinen. Opgroeien deed ik in de boerderij op het Hemmemaplein, naast café Hof van Holland, tegenwoordig The Dance Factory. Na de kleuter en de lagere school deed ik de tuinbouwopleiding. Mijn diensttijd worstelde ik door bij de cavalerie van de landstrijdkrachten waar ik het bracht tot de zwarte baret. Het was 1987 toen ik begon als hovenier bij Groenvoorziening Frisia in Burgum. Bij dit en andere bedrijven deed ik veel ervaring op in het vak. Genoeg om in 1996 als zelfstandig ondernemer de sprong in het diepe te wagen als Van Tuinen Tuinservice. Met een auto, een aanhangwagen en enig gereedschap, vanuit de Van Tuinenstrjitte. Direct al na de start liep het voorspoedig. Het duurde niet lang voor Germ zijn intrede deed. Hij is er nu nog, maar is niet meer de enige werknemer, want in de loop van de jaren groeide het bedrijf. Ik moest uitkijken naar een nieuwe locatie. Het oog viel al snel op het terrein waar we nu zitten. Sinds 1915 is dit in het bezit van de familie. Er moesten heel wat hindernissen worden genomen voor de nieuwbouw van start kon gaan, maar het wachten was de moeite waard. Het is nu alweer een jaar dat we vanuit het nieuwe bedrijf werken. Het is precies dat geworden wat ik mij altijd voor ogen heb gehad. Een pand met een landelijke uitstraling in een park- en bergachtig gebied. Niet alleen ik geniet van het geheel. Regelmatig zien we dat jong en oud zijn wandeling of fietstocht onderbreekt om even te genieten van de herten, lekker vanaf een van de natuurlijke bankjes die we hebben neergezet. Ook de herten varen er wel bij. Regelmatig krijgen ze wat lekkers toegestopt. Helemaal mooi was het toen de herten jongen kregen. Bezorgde voorbijgangers attendeerden ons zelfs op een hert, dat er toch wel erg lang over deed om haar jong ter wereld te brengen. De veearts stelde ons gerust. 't Is de natuur en die moet je zijn gang laten gaan en alles is gelukkig goed gegaan. Op een ander moment belde ons een bezorgde dorpsbewoonster. 'Johan jongen, de bok deugt niet. Hij eet helemaal niet.' Maar ook dat had een natuurlijke oorzaak. De bok had het even te druk met andere dingen. Het resultaat zien we komend seizoen weer met verwondering tegemoet. Terugkomend op mijn bedrijf. Op dit moment werken we met acht vaste mensen op piektijden aangevuld met uitzendkrachten. We werken door de hele provincie en pakken alle voorkomende tuinwerkzaamheden op. Trots ben ik op mijn bedrijf én mijn medewerkers die met mij bouwen aan een gezond bedrijf. In een artikel als dit moet ik toch ook iets zeggen van mijn ideeën over het dorp. Daarover dit. Ik stoor mij wel eens aan de, ik noem het maar 'hokjesgeest' in het dorp. Ieder lijkt altijd zo met zich zelf bezig. Ik ben ervan overtuigd dat we juist samen de dingen op moeten pakken, samen werken aan een leefbaar dorp. Ideeën zijn er genoeg! Wat mijn hobby's aangaat, ik moet bekennen dat ik die naast mijn werk (mijn grote hobby) maar weinig heb, of het moet reizen zijn, want dat doe ik graag. Het liefst over de hele wereld. En overal waar ik kom, kom ik Van Tuinens tegen. (Aan wie Johan de pen doorgeeft, blijft nog een verrassing, maar we zullen hem achter de broek aan.) Ik
jou de pen troch De pen doorgeven, wie was de aangewezen persoon voor mij? Die vraag spookte door mijn hoofd toen mij gevraagd werd een stukje te schrijven voor ‘Op ‘e Roaster’. Ik heb de pen gekregen van Geertje Miedema met wie ik de lagere school heb doorgebracht. In mijn spontaniteit heb ik volmondig ja gezegd en voordat ik het wist moest ik weer op de laatste ‘nipper’ gaan schrijven. Feit is dat het moeilijk blijkt te zijn iemand te vinden om iets persoonlijks over zijn of haar leven te schrijven. Verschillende mensen gebeld, maar steeds kreeg ik nul op mijn rekest. Aardig doorzettingsvermogen heeft ertoe geleid een goede opvolger te vinden. Mijn naam is Wietske Born, opgegroeid in Berlikum en nu wonend in de Friese hoofdstad Leeuwarden. Daar in Leeuwarden heb Gerard Schreur ontmoet met wie ik inmiddels anderhalf jaar ben getrouwd. Samen hebben wij twee prachtige dochters van 2,5 jaar en zeven maanden. In het dagelijks leven ben ik fulltime huismoeder waarvan ik met volle teugen geniet. Nu ik niet meer werk mis ik steeds meer het ‘dorps-leven’ en hoop ik een dezer jaren met z’n vieren terug te keren. Op het moment dat ik al aardig de slag heb te pakken en zit te denken waar verder over te schrijven vallen de folders door de bus. (de bekende ja-nee sticker tegen reclame blijft maar liggen…). Mijn oog valt op de jaarlijks terugkerende kerstartikelen die vreemd genoeg als maar eerder lijken te komen. De zomer is nog maar net voorbij of men wordt al weer geconfronteerd met de bijna verplichte kerstversierselen die we als we eerlijk zijn toch in de laatste weken kopen of tevoorschijn halen uit de stoffige dozen die op zolder staan. Nog vreemder vind ik het dat diezelfde versierselen tot in eeuwigheid blijven hangen tot grote ergernis van sommige mensen en mijzelf. Tenslotte geef ik de pen door aan Johan van Tuinen, die aan dit verhaal zijn eigen draai kan gaan geven met het bijbehorende leesplezier van de Berlikumers. Ik
jou de pen troch weer naar buiten alsmaar denkend dat ik echt géén stukje zou schrijven voor iets dat mij zo in de maag werd gesplitst! Eerst dacht ik nog er onder uit te komen toen ik na twee weken nog niets had gehoord van de redactie, maar dit bleek ijdele hoop te zijn. Ik zal nu toch maar mijn best doen iets te vertellen. Misschien krijg ik wel nooit weer de kans. Eerst iets over mijzelf. Mijn naam is Geertje Miedema, ik ben 27 jaar en geboren en getogen in Berlikum (wel heb ik 2,5 jaar als 'stadsje' doorgebracht in Leeuwarden). Sinds kort woon ik samen met Hendrik (afkomstig uit het dorp met de sipel op 'e toer). Ik werk bij de Avéro in Leeuwarden, in het gebouw naast de hoge Achmeatoren. Alhoewel, hoog, dat is nu ook betrekkelijk als je je beseft dat de Twin Towers in New York 4 à 5 keer zo hoog waren. Toen ik dinsdag 11 september jl. op mijn werk de beelden uit Amerika zag, kreeg ik wel een onbestemd gevoel bij het idee ook in een toren te werken. Maar dit terzijde. Nu ik toch iets moet schrijven, wil ik het onderwerp hondenpoep wel even onder de aandacht brengen, Begrijp me goed, ik heb helemaal niets tegen honden of hun baasjes, mar degenen die menen hun hund overal te kunnen laten toiletteren, zou ik soms wel iets willen doen. Bijna elke week ligt er wel een nieuwe (honde)keutel in mijn tuin of voor op de stoep. Misschien groeit het gras er iets sneller door, maar geloof me, grasmaaien waarbij de drollen je om de oren vliegen is geen pretje. Dus moeten ze er van tevoren uit geschept worden. Als ik ergens van over mijn nek ga, is het dat wel. Helaas zie ik nooit wie het doet, dus ik kan er niemand op aanspreken, maar bij deze zou ik dan toch alle hondenbezitters willen verzoeken er eens wat beter op te letten waar ze hun hond uitlaten. Desnoods in hun eigen tuin. Zo, mijn hart is gelucht en ik hoop de tuin hierbij ook. Ik zal nu de pen op mijn beurt doorgeven aan Wietske Bom (die vroeger "fereale" was op Oscar en zo is het cirkeltje weer rond). Zij woont dan wel niet meer in Berlikum (Wietske heeft ook haar heil ook in de stad gezocht), maar ze heeft me verzekerd weer terug te keren in Berlikum (als ze haar vriend zover heeft gekregen). Ik jou de pen troch, deze maand in bijdrage van Anton Spindelaar Nadat er inmiddels een editie van de "op e Roaster" helaas zonder dit bijzondere item is verschenen hierbij dan toch weer een bijdrage. Uit de vele geluiden en reacties die tot je komen over dit bijzondere leuke initiatief blijkt dat dit toch een graag en veel gelezen artikel in ons plaatselijk dorpskrantje is. De pen is aan mij doorgegeven door Joop Doldersum, oom en pleegvader van mij die een mooi en onderhoudend stuk met een duidelijke boodschap heeft geschreven. Een persoon die tezamen met zijn vrouw Wietske Doldersum-Tempel (bekend van De Âlde Tiid) voor een x aantal jaren de verantwoordelijkheid op zich hebben genomen om mij en mijn tweelingzus Bonny, in hun toch al niet geringe gezin (3 kinderen), op te nemen en het pleegouderschap te vervullen. Een opvoeding die ze met verve hebben vervuld en die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de persoon zoals ik nu ben. De band die ik met dit gezin heb is uitstekend en we staan klaar voor elkaar zodra dat nodig is. Op 03-12-1972 zag ik in Leeuwarden het eerste levenslicht maar ik ben getogen in Berlikum. Een Berlikumer in hart en nieren. Tweelingzoon van Aaltje Spindelaar-Tempel en Meindert Spindelaar. Ik heb nog een oudere broer Hein. Van mijn 1e tot mijn 16e levensjaar als familie Spindelaar woonachtig geweest op het adres Lytse Buorren 8. Een redelijk onbezonnen jeugd tot dit moment. Vanaf dit moment kreeg het leven een totaal andere wending. Door een breuk gingen we met moeder alleen verder. Een situatie die geen stand hield en waarbij we letterlijk en figuurlijk alleen op straat stonden. De familie Doldersum heeft zich toen over ons ontfermd en hebben de zorg op zich genomen. Het toenmalige adres was Ramshoornstrjitte 8. Het gezin bestond toen plotseling uit 7 personen. Toen mijn zus en ik een jaar of 19 waren moesten we eigenlijk op eigen benen komen te staan. En zo geschiedde. We zijn toen gezamenlijk op het adres Buorren 56 terechtgekomen. De woning is toen door de fam. Doldersum mooi verbouwd en we hebben hier gezamenlijk nog een jaar of twee gewoond. Mijn zus en ik zijn toen ieders hun eigen weg gegaan. Ikzelf ben hier nog steeds woonachtig en heb hier mijn volledige studententijd met plezier doorbracht. Ondertussen ben ik sinds december ‘99 eigenaar van het huis en woon sinds een jaar of twee samen met mijn vriendin. Op deze plek willen we samen lekker verder en stoppen dan ook veel tijd en energie in ons huis om hier ons definitieve "droom" plekje van te gaan maken. Mijn vriendin is van oorsprong geboren en getogen in de Lemmer. Lemmer is ook een plek waar ik sindsdien redelijk veel tijd doorbreng met vrienden en schoonfamilie. Sedert een aantal jaren zijn mijn vader en moeder ook weer bij elkaar en wonen net als het overgrote deel van mijn familie in Berlikum. De band met moeder is altijd sterk aanwezig geweest en gebleven. Het contact met vader en moeder is nu met als de meeste mensen die net als ik zelfstandig wonen en een eigen leven leiden. Na de basisschool Lyts Libben, de Mavo te St. Annaparochie en de MEAO heb ik mijn opleiding HEAO bedrijfseconomie in juli 1998 voltooid. Sedert april 1998 ben ik fulltime aan het werk. Momenteel ben ik werkzaam in het MCL te Leeuwarden als stafmedewerker op de bedrijfsadministratie. Net als mijn vriendin werkzaam in de zorgsector. De zorgsector is op het moment dat ik dit schrijf weer veelvuldig in het nieuws. Acties van zorgpersoneel. Discussies over de nieuwe regelingen en beloningen met betrekking tot de nieuwe CAO. Met het oog op de huidige ontwikkelingen, de werkdruk, personeelstekorten en de wachtlijsten enzovoort een zaak waar ik zeker achter sta. De gezondheidszorg dreigt meer en meer het ondergeschoven kind in de samenleving te gaan worden. De gezondheidszorg is iets waar we ons allemaal sterk voor moeten gaan maken. Iedereen heeft recht op directe en goede medische zorg of niet dan? De betrokkenheid bij verenigingen en activiteiten in en rondom Berlikum is altijd groot geweest. Mijn grootste passie is nog altijd de tennissport. Van mijn 6e tot mijn 18e heb ik altijd actief gevoetbald en gekaatst. Tot ik op mijn 16e met de tennissport in aanraking kwam en hier tot op heden eigenlijk als enige echte sport mijn energie in stop. De tennisvereniging in Berlikum is een bloeiende vereniging met een mooie accommodatie waar nieuwe leden altijd van harte welkom zijn. Ik hoop dat een ieder die dit stukje leest een beetje een beeld heeft kunnen vormen van het leven, de dagelijkse bezigheden en meningen van ondergetekende. Ik jou de pen troch oan Oscar Zoetman. Anton Spindelaar Ik jou de pen troch, deze maand in bijdrage van Joop Doldersum Berlikumer vindt eerste kievitsei van Nederland. Op het braak liggende voetbalveld van de Sc Berlikum heeft de consul na de keuring van de voetbalvelden op zaterdagmorgen 10 maart jongsleden het eerste kievitsei van Nederland gevonden. Om 07.56 uur is het kleinood gevonden op het plaatselijk bekend staande tweede veld van de voetbalvereniging, de consul had net de keuring van het eerste voetbalveld afgerond gelijk voorgaande vrijdagmiddag, toen hij besloot eens een kijkje te gaan nemen op het bijveld, om te zien hoe dit er bij ligt na de grondige opknapbeurt van afgelopen zomer. Halverwege het 16 meter gebied ziet hij opeens een kuiltje in het verder ontzettend vlakke veld met daarin een bijna rond voorwerp, hij kijkt verbaasd en realiseert zich op dat moment dat het een kievitsei is wat daar ligt. Behoedzaam om zich heen kijkend of hij niet betrapt wordt bij het rappen van dit eitje, (hij heeft geen eierenzoekerskaart) pakt hij het op en laat hem gelijk weer vallen, en u raadt het al. Op een dergelijke manier had ik graag willen beginnen met mijn stukje te schrijven voor de rubriek ik geef de pen door aan, maar helaas deze l april grap komt net iets te vroeg. Waarover moet je dan wel iets schrijven voor deze rubriek, moet je reageren op de optie van samenvoegen van de Gemeenten Het Bildt en Menaldumadeel zoals geopperd door dhr. S. van Tuinen eerder dit jaar te lezen in deze krant, of reageren op de verkapte advertentie voor de plaatselijke horeca geplaatst door dhr J.D. van Dijk in deze rubriek. Nee dacht ik, daar doe ik even niet aan mee, evenmin laat ik mij uit over muziekkeuzes, wat de een bagger noemt, is voor een ander de mooiste muziek ter wereld. Ik stel mij eerst even voor, Joop Doldersum is mijn naam, geboren in het Provincie Zuid-Holland en op jonge leeftijd met mijn ouders in Friesland komen wonen, de Friese taal kan ik wel lezen maar nooit heb ik het goed kunnen schrijven, vandaar dus in het Nederlands. Na enkele verhuizingen in Friesland toen ik nog bij mijn ouders woonde, ben ik een echte geboren en getogen Berlikumse tegengekomen, n.l. Wietske Tempel. Zij wilde en wil nog steeds niet uit Berlikum, vandaan om elders te gaan wonen, vandaar dat wij nu bijna 27 jaar geleden als eerste stelletje in Berlikum zijn gaan samenwonen (hokken noemde men dit toen ook wel) voor we twee jaar later zijn getrouwd. Momenteel wonen wij alweer in voor onze derde woning te Berlikum, na de Lytse Buorren en de Ramshoornstrjitte wonen wij nu met onze drie zonen in de Buorren op nummer 60. Als onderwerp voor deze rubriek heb ik gekozen het vrijwilligerswerk, het jaar 2001 is tenslotte uitgeroepen tot het jaar van de vrijwilligers. Vrijwillerswerk dus, werk wat gedaan wordt uit eigen vrije wil, door personen die hiervoor niet betaald worden. Maar zijn er nog mensen die dit werk willen doen zonder hiervoor een financiële vergoeding te krijgen? Natuurlijk wel zult u dan zeker weten te vertellen, er wordt nog steeds spontaan veel vrijwilligerswerk gedaan. Dat klopt ook wel, maar de spoeling wordt steeds dunner, meestal zijn het altijd dezelfde mensen die hiervoor gevraagd worden, terwijl veel anderen niet meer voldoende vrije tijd voor vrijwilligerswerk hebben of hun vrije tijd hieraan niet meer willen besteden. En komt dat niet door ons zelf? Hebben wij er met elkaar niet voor gezorgd dat steeds meer vrijwilligerswerk niet of nauwelijks meer zonder vergoeding (betaling) gedaan wordt omdat we zelf tot betaling in geld of in natura zijn over gegaan? Zo wordt bijvoorbeeld de financiële administratie van de tennisvereniging uitbesteed aan een betaalde kracht en wordt er bij de voetbalvereniging sterk over nagedacht dit ook te laten doen bij onvoldoende animo voor een bestuursfunctie. Uiteraard gun ik een administratiekantoor deze inkomsten van harte maar doe je als vereniging je voormalige penningmeesters zo niet veel te kort? Bestuurders van een vereniging waren tot voor kort de eerste vrijwilligers van een vereniging en gingen voorop in het vrijwilligerswerk, zo ook voorheen de penningmeester. Ik heb dan ook erg mijn bedenkingen bij deze gang van zaken en wat zijn de volgende stappen die we kunnen verwachten? Krijgen we bij gebrek aan een vrijwilliger in de toekomst een betaalde voorzitter of materialenman, moeten we bestuurders presentiegeld betalen voor het aanwezig zijn op een vergadering, of moeten we straks bij een collecte eerst de collectant betalen voor we de collectebus spekken? Wie het weet mag het zeggen of schrijven. Nee, neem dan de echte vrijwilliger die hoeft niet betaald te worden, die betaald vaak zelfs contributie om dit werk te kunnen doen, nee dan gaan wij niet goed met onze vrijwilligers om. Had ik nu toch maar echt dat eerste kievitsei gevonden en het heel gelaten, dan had ik daar dit jaar wel niets voor gekregen, ja hooguit een boete omdat ik geen eierenzoekers kaart bezit, maar de voldoening en de eer had het mij in ieder geval wel gegeven. Ondanks dat de Commissaris van de Koningin het eerste eitje dit jaar niet wil aannemen. Overigens al diegene die wel een geldige eierenzoekerskaart hebben behoren dit jaar voor het eerst ook bij de echte vrijwilligers, de nazorg is hun vrijwilligerswerk zonder dat zij een eitje mogen rapen. Met Pasen maar een extra kippeneitje eten zal wel de enige remedie voor hen zijn. Misschien is dit wel de goede tijd om eens extra aan die vrijwilligers te denken de Paastijd, want dat we met elkaar zuinig op onze vrijwilligers moeten zijn staat voor mij als een paal boven water. Bijdrage van Joop Doldersum. Ik geef de pen vrijwillig door aan: Anton Spindelaar. Februari
2001, Ik jou de pen troch ….. Afgelopen weekend speelde mijn elftal eindelijk weer eens een wedstrijd, nadat na half oktober alles afgelast werd. Het vlaggenschip van de sc Berlikum doet het dit seizoen bijzonder goed. Een kampioenschap en promotie naar de vierde klasse zijn niet denkbeeldig. Bij de voetbalvereniging zit ik verder nog in de redactie van het clubblad. En sinds kort ben ik leider van de F4 pupillen. Naast actief voetballen, mag ik graag passief voetbal/sport op tv volgen. In het dagelijks leven help ik mijn vader wat op zijn boekhoudkantoor. Nu heb ik zo´n beetje alles wel gehad, afgezien van mijn aangeboren aversie tegen Frans Bauer, Marianne Weber en aanverwante vertolkers. Niets ten nadele van het Nederlandse lied, maar die lui moeten gewoon kappen! Dat meen ik serieus. De toekomst ziet er wat dat betreft niet rooskleurig uit, gezien het feit dat de volgende generatie, ik noem een Jan(tje) Smit, alweer klaarstaat. Laat je niet gek maken, het is allemaal bagger! Zo, dat lucht op. Laat ik besluiten met het doorgeven van de pen. Deze
geef ik door aan Joop Doldersum. Januari
2001, Ik jou de pen troch ….. Ik heet Jan-Dirk van Dijk, ik ben 28 jaar en woon in Berlikum. Ik woon samen met Rixt Bierma. Mijn hobby's zijn: voetballen, kaatsen en darten. Ik werk bij Smeding BV. Er is mij gevraagd om iets te schrijven over het dorp Berlikum. Om dit te doen ben ik mezelf gaan afvragen wat voor mij de reden is om hier in Berlikum te blijven. Berlikum betekent voor mij vertrouwde omgeving en biedt mij de gelegenheid om mijn hobby's te beoefenen. Berlikum is een dorp met een grillige middenstand. Nieuwe winkeltjes worden geopend en een ander sluit de tent. Middenstanders kunnen voor het winkelend publiek niet echt een vuist maken. De voetbalvereniging doet het dit jaar goed, dit met betrekking op het aantal nieuwe jeugdleden en de goede prestaties van de senioren elftallen. Goede prestaties leveren zorgt voor meer supporters om het veld en dus meer actie bij een vereniging. Actie De horecagelegenheid in Berlikum neemt toe, tenminste Berlikum heeft ruime keuze in het bezoeken van cafés of andere drink- en eetgelegenheiden. Alleen vanuit de jongere generatie komen er weinig stamgasten bij, dus minder publiek dat door de week het café in gaat. Terwijl het aanbod wel groter is. Ik hoop dat dit niet de ondergang van de dorpscafés is. De
pen geef ik door aan Egbert van der Wagen. oktober
2000, Ik jou de pen troch oan… De fraach: Wolst ek in stikje foar "ik jou de pen troch" skriuwe, wurde my troch Johannes foarlein. Sûnder lang nei te tinken, haw ik doe "ja" sein. No wit ik net krekt wat ik oer myselfs skriuwe moat, mar hjir is dan myn ferhaal yn it koart. Voor ik verder ga, zal ik mijzelf eerst even voorstellen: mijn naam is Jellie de Groot en sinds september 1999 woon ik samen met mijn vriend Sjoerd aan de Bildtdijk in Berlikum. In1977 ben ik geboren te Dronrijp als oudste dochter van Sipke en Jettie de Groot. 3 Jaar later is mijn zus Anneke geboren en was ons gezin compleet. In Dronrijp heb ik de lagere school gevolgd en een gelukkige jeugd doorgebracht. Na de lagere school heb ik de opleidingen HAVO, MEAO en Agrarische Bedrijfskunde doorlopen aan verschillende scholen in Leeuwarden. In juli 1999 ben ik afgestudeerd en als assistent-accountant aan de slag gegaan bij AVM Accountants te Leeuwarden. Hier heb ik een jaar gewerkt en sinds een paar weken heb ik een andere werkgever, namelijk het bedrijf Bakker Professional te Berlikum. Berlikum heb ik in eerste instantie leren kennen doordat op een gegeven moment de zaterdagavond in het teken ging staan van het uitgaan. Zo kwam ik net als vele anderen terecht in de discotheken van Berlikum. Dit beviel uitermate goed, zodat ik me aansloot bij vrienden uit Berlikum en omstreken en niet meer uit Berlikum was weg te slaan. Via deze weg heb ik ook mijn vriend Sjoerd leren kennen. Ik heb het een en ander over mezelf verteld en wil hierbij dan ook het verhaal beëindigen. Ik jou de pen troch oan een echte Berltsumer, namelijk Jan Durk van Dijk en wens hem alvast veel succes hiermee. Jellie de Groot September
2000, Ik jou de pen troch Tijdens mijn vakantie op Kreta werd ik gebeld door Roelof Zijlstra met de vraag of ik een stukje wilde schrijven in het kader van 'Ik jou de pen troch oan'. Eigenlijk niet wetend waarover ik moest schrijven, besloot ik toch de pen "oan te nimmen". Hier zit je dan achter de computer vertrouwend erop dat het toetsenbord automatisch een zinvol verhaal tikt. Wel, laat ik eerst iets over mijzelf vertellen. Mijn naam is Johannes Wassenaar en woon sinds begin mei aan de Molestrjitte in Berlikum. Op 12 juli 1976 had ik de eer om als derde zoon van Germ Wassenaar en Stien Wassenaar-Agema het levenslicht in Minnertsga te aanschouwen. In 1979 werd het gezin gecompleteerd met de geboorte van mijn broertje Willem. In dit traditionele gezin waar mijn vader de melkveehouderij en mijn moeder het huishouden verzorgde, heb ik mijn jeugd doorlopen. Doordat mijn vader melkveehouder was, woonden wij buiten het dorp waar de dichtstbijzijnde buren op enkele honderden meters afstand woonden. Bovendien was er veel ruimte beschikbaar waardoor wij ons hier naar hartelust konden uitleven. Op zesjarige leeftijd werden mij de beginselen van het kaatsen geleerd. Tijdens iedere logeerpartij bij mijn Pake en Beppe was ik op het veldje voor pakes' huis met mijn opa aan het kaatsen, Naarmate ik ouder werd begon ik steeds verder en krachtiger op te slaan terwijl mijn opa zijn handschoen steeds dichterbij het perk legde. Op negenjarige leeftijd kaatste ik mijn eerste KNKB-wedstrijd. In mijn jeugdjaren heb ik vele successen behaald. Het winnen van schooljongensbond in 1990, de freule in 1993 en het puntenklassement in 1993 zijn toch wel de hoogtepunten. Doordat ik later in aanraking kwam met het uitgaansleven in Berlikum, en dit dusdanig goed beviel, werden de kaatsprestaties geleidelijk minder. Daarbij was ik geen trainingsbeest wat de prestaties ook niet ten goede kwam. Dit gezamenlijk met het feit dat ik een huis in Berlikum toegewezen kreeg, heeft mij begin dit jaar doen besluiten om me niet meer fanatiek elke zaterdag en zondag naar het kaatsveld te begeven. Ik kan mij best voorstellen dat de lezers zich afvragen wat mij ertoe heeft gezet om in Berlikum te gaan wonen, Hierop zal ik dan ook even ingaan. Toen ik twaalf jaar was, ging ik naar het voortgezette onderwijs in Sint Annaparochie. Hier leerde ik Roelof uit Berlikum kennen. Doordat ik veel met hem optrok, werd ik vrij snel opgenomen binnen zijn Berlikumse vriendengroep, Vanaf die tijd ben ik dan ook eigenlijk een halve Berlikumer geworden. Zoals hierboven al even aangekaart ben ik na de lagere school periode in Sint Annaparochie op school gekomen. Na hier twee jaar brugklas te hebben gevolgd, ben ik uiteindelijk naar Leeuwarden uitgeweken om daar mijn HAVO en MDS diploma te behalen. Hierna ben ik agrarische bedrijfskunde aan het van Hall Instituut (HLS) gaan studeren. (13 september a.s. hoop ik het diploma hiervoor te ontvangen) Naast deze studie ben ik al enige jaren werkzaam bij de Rabobank Noordwest Friesland. Momenteel werk ik daar op de afdeling kredietmanagement waar het beoordelen van de kredietwaardigheid van bedrijven (aan de hand van de aangeleverde jaarverslagen) mijn hoofdtaak is. Iedereen
heeft nu kunnen lezen dat ik, hoewel net woonachtig, niet een geheel
onbekende in Berlikum ben. Voor mij is het dan ook geen groot probleem
geweest om iemand te vinden aan wie ik de pen doorgeven kan. Bij deze
geef ik de pen door aan Jellie de Groot. Zij woont ook nog maar relatief
kort in Berlikum. Ik weet zeker dat zij een aardig verhaal op papier
kan zetten. Jellie bij deze succes. Ik
jou de pen troch Een aantal weken terug heb ik voor deze rubriek ‘de pen’ gekregen van Erik Brouwer. Zonder er een biografie van de maken wil ik mijzelf toch even in het kort introduceren en even in het kort vertellen waar ik momenteel aan werk en mee bezig ben. Mijn naam is Roelof Zijlstra en ik ben de 24 jarige zoon van Tjip en Sjoukje Zijlstra. Voor de ouderen onder u die mijn ouders misschien niet kennen, mijn pake en beppe zijn Roel en Tryn Zijlstra die vroeger een ‘spultsje’ hadden in het Kleaster Anjum (op de plaats waar nu A. de Vries zijn boerderij heeft). Mijn andere pake en beppe zijn Rintje en Sietske Hoekstra die vroeger een aantal jaren in Wier hebben gewoond waar pake Rintje koster was. De Wiersters onder u zal het echtpaar Hoekstra en misschien mijn moeder nog wel gekend hebben. Ze woonden in ‘De Ald Skoalle’. Helaas zijn pake Roel, beppe Tryn en beppe Sietske niet meer in leven. Pake Rintje leeft gelukkig nog wel. Op 21 november 1975 zag ik het levenslicht in Dronrijp waar ik samen met mijn ouders en zusje Siety 4 jaar heb gewoond. De eerste 2 jaar van mijn leven waren uiteraard geweldig doordat ik nog enig kind was en dus de volledige aandacht van heit en mem genoot. In 1977 kwam daar echter verandering in toen mijn zusje Siety werd geboren. Dat ik daar niet al te blij mee was blijkt uit het feit dat ik haar direct bij haar thuiskomst uit het ziekenhuis een linkse hoek heb gegeven waar ze een bloedneus aan over hield. Het mocht echter niet baten want Siety bleef gewoon in ons midden en ik moest me er maar bij neer leggen. Het is uiteindelijk allemaal toch nog goed gekomen want Siety en ik kunnen nu ‘as de blommen’ met elkaar overweg. In 1979 zijn we verhuisd naar de Kwekerijleane 6 in Berlikum waar nog een broertje (Rintje) en zusje (Trienke) werden toegevoegd aan het gezin Zijlstra. In Berlikum heb ik op de lagere school ‘Lyts Libben’ het roemruchte Jenaplan leerplan met succes gevolgd waarna ik de HAVO en HTS er nog achteraan heb geplakt. Sinds oktober vorig jaar woon ik in de Túnboustrjitte en ben ik werkzaam als bouwkundig tekenaar bij het bouwbedrijf van mijn vader en omke Berend. In het weekend bevind ik mij graag in het uitgaansleven hier in het dorp. Waarschijnlijk zit dit in de genen want volgens mijn moeder heb ik ook mijn leven hier aan te danken doordat mijn ouders elkaar hier hebben ontmoet (ik hoop niet dat ze dit anders bedoelde want dat zou het romantische beeld wat ik had over mijn schepping danig in de war schoppen). Deze dankbaarheid over het ontstaan van mijn leven toon ik nog regelmatig door bakken met geld te storten op bankrekeningen van Tom en Jetze. Als ik er soms bij stilsta wat ik allemaal met dit geld had kunnen doen dan ben ik een flauwte nabij. Maar aan de andere kant heb ik er ook weer een redelijk sociaal leven voor terug gekregen en heb ook ik mijn vriendin, Baukje Welmoed Dijkstra uit Beetgumermolen, ontmoet in dit uitgaansleven dus hoor je mij niet zeuren. In het verenigingsleven ben ik actief bij de voetbalclub als elftalleider van de A-junioren waar ik in dit seizoen met coach Jouke Tuinstra en collega Adamski een successtorie van probeer te maken, wellicht in de vorm van een kampioenschap. Op dit moment ben ik als acteur bezig met het Iepenloftspul ‘Wêrom werom’ in Wurdum waar de tevens in Berlikum woonachtige Janneke Bergsma de regie in handen heeft. Dit Iepenloftspul is van de reeks iepenloftspullen in Friesland de enige die speciaal voor Simmer 2000 is geschreven en gaat over een dorpsreünie in een fictief dorp in Friesland, genaamd Bluiswier. In deze dorpsreünie en de verschillende flashbacks (bevrijding 1945, crisis 1958, generatieconflicten in 1968) lopen de emoties soms hoog op zowel voor de acteurs als voor het publiek. Het is een stuk met vele hilarische momenten als ook tranen trekkende passages. Op het moment dat ik dit schrijf hebben we 2 uitvoeringen gehad en de reacties zijn laaiend enthousiast, vooral doordat er zoveel herkenbare passages in het stuk voorkomen. Deze ervaringen op het toneel zijn mij zo goed bevallen dat ik overweeg om hier in de toekomst vaker mijn licht op te steken. Dit was in het kort het verhaal ‘Roelof Zijlstra’ en ik heb nu het genoegen de pen door de geven aan een kersverse inwoner van Berlikum: Johannes Wassenaar. De meeste mensen in het dorp weten wie ik ben, maar voor hen die mij nog niet kennen volgt hier een kleine introductie. Ik, Erik Brouwer, ben een geboren (27-07-1972) en getogen Berlikumer. Vier jaar heb ik in Harlingen gewoond en sinds 1977 ben ik weer in Berlikum gaan wonen. Toen ik van Rikus Sinnema ‘de pen troch’ kreeg, heb ik me afgevraagd waar ik over zal schrijven. Graag sta ik even stil bij het vrijwilligerswerk. Zoals Rikus Sinnema al schreef is vrijwilligerswerk niet alleen goed voor je ontwikkeling, maar je raakt ook thuis in de gemeenschap. Dit kan ik volledig beamen. Zelf verricht ik sinds een jaar het secretariaat bij de voetbalvereniging Sc Berlikum en daarnaast voetbal ik ook nog actief. De voetbalvereniging telt ca 280 leden en ruim 65 vrijwilligers. Dit is een behoorlijk aantal, maar iedere keer zijn het wel steeds dezelfde vrijwilligers die het werk verrichten. Als bestuur zijn wij trots op onze vrijwilligers, want alleen red je het niet. Toch hoor je geluiden in het dorp dat er een vereniging moet komen die alle activiteiten verzorgd. Dat een zogenaamde ‘omnium’vereniging in het leven wordt geroepen is het gevolg van het feit dat meer en meer verenigingen steeds minder vrijwilligers hebben en steeds minder mensen willen deelnemen in het bestuur. Ikzelf zie dat niet als een verbetering. Wat je waarschijnlijk dus krijgt is dat deze vereniging met diverse commissies gaat werken (nu nog de besturen van verenigingen) de zelf de kar moeten trekken. Het gevaar is dat steeds meer en meer mensen moeten afhaken als vrijwilliger. Zelf denk ik dat de verenigingen meer met elkaar moeten gaan samenwerken op het gebied van vrijwilligersbeleid. Niet alleen besturen is vrijwilligerswerk, ook het verrichten van andere diensten horen daarbij. Samenwerken betekent in ieder geval niet dat je als vereniging je eigen identiteit verliest. Je moet ervoor zorgen dat iedere vereniging haar eigen identiteit en cultuur wel blijft behouden. Het is wel van belang dat er voldoende vrijwilligers zijn voor elke vereniging, anders komt een zogenaamde ‘omnium’vereniging snel in zicht. Dus bij deze een oproep aan alle inwoners van Berlikum. Meld je aan als vrijwilliger bij een vereniging in het dorp, want vrijwilligerswerk past bij iedereen. Graag geef ik nu de pen door aan Roelof Zijlstra. Ik
jou de pen troch Iedereen heeft het altijd over import en export Berltsumer. Voor mij geldt dat niet. Ik voel mij na 9 jaar wonen verbonden met het dorp. Zelf kom ik uit Wergea Mijn ouders, broer en 2 zusters woonden in het oudste gedeelte van het dorp aan de wergeasterfeart. Mijn vader was van beroep slager en slachtte zelf zijn vee. Dat deed elke slager destijds. Nu is dat vanwege de strenge regels wel anders. Lang niet elk dorp heeft meer een slagerij. Na het vroege overlijden van mijn vader werd de slagerij in 1984 opgedoekt. Mijn broer was niet oud genoeg om de slagerij over te nemen en ik was zelf niet zo honkvast aangelegd. Altijd het zelfde en op de zelfde plaats was niet mijn toekomst. Ik zocht die in eerste instantie in een loopbaan bij de koninklijke marechaussee en politie. Na 8 keer verhuizen en dus ook 8 keer van standplaats veranderen in 8 jaar tijd kwam ik met mijn inmiddels gestichte gezin in Nijehoarne (bij Heerenveen) te wonen. In 1981 trouwde ik met Ettje Osinga en kregen we 3 kinderen. De jongste, Irina, is in Berlikum geboren. De beide anderen, Marije en Krista in Nijehoarne. Wij hebben daar 5 jaar gewoond. Dat was voor mij al een hele ruk. In 1990 wilde ik zoals altijd weer eens wat anders. Ik had inmiddels wat milieuopleidingen gevolgd en probeerde mijn heil daar in te vinden. Dat lukte vrij snel. Ik werd als technisch milieuambtenaar in de gemeente Grootegast (Groningen) aangesteld. Dat duurde nog geen 2 jaar. Ik moest namelijk naar Groningen verhuizen en als oprjochte fries had ik daar geen zin in. Op en neer reizen was leuk maar koste teveel tijd. Dus maar weer solliciteren. Het werd gemeente Menaldumadeel. Bij onze zoektocht naar een woonplaats hadden we 2 dorpen op het oog, Dronrijp en Berlikum. Ondanks waarschuwingen en gekscherende opmerkingen van collega's kozen wij voor Berlikum. En dat is ons tot nog toe absoluut niet tegengevallen. Omdat ik een verenigingsmens ben (maar niet langdurig bij dezelfde club) en hier genoeg verenigingen zijn, duurde het niet lang of ik had mijn plaats gevonden. Het begon met de peuterspeelzaal en de gymnastiekvereniging. Nu zijn dat de sponsorcommissie van de voetbalclub, kerkvoogdij en de restauratiecommissie van de koepelkerk. Ik probeer ook altijd een evenwicht te vinden in de bestuursfuncties. Alleen een kerkelijke functie of alleen sporten bijvoorbeeld lijkt mij niet goed. Je moet ook verder zien wat er te koop is. Alleen dan krijg je inzicht in alle facetten van het dorpsleven. Ik ben van mening dat wij in Berlikum een geweldig verenigingsleven hebben. Jammer dat niet alle dorpsbewoners dat inzien. Velen houden zich afzijdig van de verenigingen en al helemaal van bestuursfuncties. Geld voor contributie is vaak geen probleem als ze maar niet in een bestuur hoeven. Dat kost zoveel tijd, laat dat een ander maar doen of ik ben daar niet geschikt voor, zijn veel gehoorde kreten. Jammer, deze mensen vergeten dat een dorpsleven draait om het verenigingsleven in de breedste zin des woords. Een club zoals Berlikumer Belangen is belangrijk voor het dorp. Zij doen enorm hun best om de leefbaarheid voor de inwoners van Berlikum (bedrijf en particulier) hoog in het vaandel te houden. Omdat ik dicht bij het vuur zit merk ik dat wekelijks. Er wordt zeer veel tijd gestoken in overleg en plannen maken. In veel gevallen worden die plannen ook verwezenlijkt. Een beetje minder doordrammen en tactisch werken is misschien wel wenselijk maar laat deze opmerking de pret niet drukken. SBB draait goed en is er voor iedereen. Zoals ik eerder al opmerkte ben ik een warber mens die niet stil zitten kan en ook vaak behoefte heeft aan verandering. Zo ben ik 2 jaar geleden bedrijvencontactfunctionaris in deze gemeente geworden. Het milieu heb ik bij de gemeente grotendeels vaarwel gezegd. In 1994 ben ik begonnen met een milieu-adviesburo. Dit adviesburo wat ik samen met Ettje run, loopt zeer goed en ik heb dan ook al heel wat uren bij de gemeente ingeleverd. Mijn gezin, de tuin, het adviesburo, het ambtelijke werk, het verenigingsleven en af en toe wat sporten geven mij veel plezier in het leven. In Berlikum kan ik wat dat betreft nog jaren verder. Zo, nou heb ik wel genoeg gezegd. Ik geef nu graag de pen door aan: Erik Brouwer. Rikus Sinnema Ik
jou de pen troch Ja, nu mag ik dan een stukje schrijven. Mijn voorganger was schoonzoon Durk Osinga en toen hij vroeg of ik de pen wilde overnemen kon ik dit natuurlijk niet weigeren. Ik zeg vaak: wij zijn maar import in Berlikum. Maar eigenlijk kan ik dat na bijna 38 jaar in Berlikum te hebben gewoond niet meer zeggen. Ik ben in Harlingen geboren en heb daar tot m'n 25e jaar bij mijn ouders thuis gewoond. Ik kom uit een gezin van 3 kinderen. Ik heb nog een jongere zus en een broertje van me is overleden In Harlingen heb ik mijn man Sieberen de Boer leren kennen op de gymnastiek. Sieberen woonde ook met zijn ouders in Harlingen maar zij waren import. Na 7 jaar verkering te hebben gehad zijn we in juni 1962 getrouwd en in Berlikum komen wonen. We hadden wel eerder willen trouwen maar het was in die jaren moeilijk een woning te krijgen daar er een woningnood was. Sieberen werkte in Leeuwarden en om die reden konden wij in Harlingen geen woning krijgen en in Leeuwarden wilden we niet wonen. In Berlikum stond in de Túnboustrjitte , de woning waar we nu nog wonen, leeg. We konden deze nieuwe woning huren en besloten hier tijdelijk te gaan wonen daar we dachten het op een dorp niet lang uit te zullen houden. Deze woning stond toen aan de buitenkant van het dorp. De Gratemawei , Sportleane enz. waren er nog niet. De bejaardenwoningen stonden er wel. We keken uit op bouwgrond en vanuit onze kamer zagen we de kerktoren van Menaldum . De straatnaam Túnboustjitte bestond toen ook nog niet wij woonden aan de Middelstelaan 567 M Ib. Per 1 januari 1963 is de naam Túnboustrjitte gekomen. Dit waren toen de duurste woningen in Berlikum. We betaalden aan huur f. 188.10 per kwartaal (incl.waterrechten). De mensen noemden dit toen "de hongerpôlle of ook wel de kredietbuurt". Daar we dus van plan waren hier maar tijdelijk te wonen maakten we ons ook niet zo druk over de tuin. Af en toe kwam een buurman (boer Hoitinga) de tuin met een zeis maaien. We voelden ons er in 't begin ook niet erg thuis en waren ook meer in Harlingen dan in Berlikum. Ik kon de taal wel aardig verstaan (soms wel eens wat verwarring met sneon en snein) maar spreken kon ik het niet. In Harlingen werd vroeger nooit Fries gesproken en heb hier in Berlikum dan ook vele flaters geslagen toen ik het probeerde te praten. Wij kenden hier niemand. (behalve de fam. Metske Kramer (leraar Tuinbouwschool) en de fam. Gatze Nauta (hoofd Chr. .basisschool) dit waren kameraden uit de militaire dienst van mijn vader . Een buurman , Pieter Faber (oud melkboer) welke in de 1e bejaardenwoning woonde, kwam af en toe wel eens binnenstappen en hier kreeg ik dan ook de nodige informatie van. In 1964 kwam er gezinsuitbreiding, onze dochter Jolanda werd geboren. Tot die tijd werkte ik in Harlingen op kantoor bij de fa. Van Drooge/ Noord Nederlandsche Wegenbouw My. Dit was een groot kantoor met een bijkantoor in Loppersum. Ik deed hier een gedeelte van de boekhouding- en salarisadministratie. Toen bestond er nog geen computer maar ik werkte wel op een elektrische boekhoudmachine die ook een geheugen bezat en waar je ook diverse schijven in kon zetten. Voor die tijd was dat al heel wat. Wekelijks moesten de loonstrookjes voor de wegenbouwarbeiders gemaakt worden. Zij ontvingen het geld nog contant. Naast dit werk deed ik ook nog secretariaatswerkzaamheden. In Harlingen heb ik een heerlijke tijd doorgemaakt. Harlingen is een prachtige toeristische stad waar het langs de havens ook plezierig vertoeven is. 's Zomers zwommen we dagelijks in de zee en dat miste ik hier in Berlikum ontzettend. Ik was een actief lid en later secretaris van de Chr. gymnastiek vereniging " DINDUA". Twee maanden voor de geboorte van Jolanda ben ik gestopt met werken en heb daarna ook niet weer mijn kantoorbaan opgezocht. Dat was toen ook niet zo gebruikelijk als nu. Na de geboorte van Jolanda werden we wat honkvaster en vonden het in Berlikum dan ook best leuk wonen. Sieberen had hier toen wel een eigen woning willen kopen maar dat wilde ik niet. De woning, waar we nu nog in wonen, beviel me best. We hebben hier zelf diverse veranderingen in aangebracht. Na Jolanda zijn er nog 2 jongens geboren t.w. Dirk Jan en Marc. Zoals ik al zei kenden we hier weinig mensen. Ik heb dan ook met vele collectebussen gelopen (steeds andere wijken) om de mensen te leren kennen. Ze noemden elkaar (nu nog) altijd bij de voornaam en dat waren wij helemaal niet gewend. Dat vond ik dan ook erg moeilijk. Al gauw werd ik lid van diverse verenigingen zoals Gymnastiek, de Chr. Plattelandsvrouwen, de Chr. gemengde zangvereniging. Ook de bestuursfuncties bleven niet uit. Van de gymnastiekver. Berlikum heb ik al 32 jaar het secretariaat. De tennisver. "De Vierslag" heb ik mee mogen oprichten en heb hier ook 17 jaar het secretariaat van gehad. Van de Sportfederatie Menaldumadeel (welke nu niet meer bestaat) ben ik ook ± 15 jaar notulist geweest. Bij de Chr. Plattelandsvrouwen , waar ik nog lid van ben, heb ik diverse bestuursfuncties gehad o.a. secretaris en voorzitter. Ook ben ik vele jaren bestuurslid/penningmeester geweest van de Stichting O.G.F. (Onderlinge Gymnastiekwedstrijden Friesland) en bestuurslid van de Stichting Berlikumer Belangen. Dan heb ik nog zitting gehad in de beheerscommissies van sportcomplex "de Koekoek" en van dorpshuis 't "Heechhout". Daarnaast ben ik ook nog vele jaren official van de KNZB (Kon. Nederl. Zwem Bond) geweest en scheidsrechter bij de Nevobo ( Nederl. volleybalbond). Thans ben ik nog voorzitter van de landelijke Vrouwen Advies Commissie voor de woningbouw en woonomgeving (de VAC) en voorzitter/secretaris van de VAC-Menaldumadeel. Ik ben commissaris van de woningstichting Noord West Friesland en commissielid van Hûs en Hiem, welstandsadvisering te Leeuwarden. Verder zit ik nog in: *de technische commissie Productgroep Groepsspringen van de KNGU (Kon.Ned. Gymnastiek Unie) waar ik ook het secretariaat van heb en naar Beekbergen moet om te vergaderen. Deze commissie organiseert de landelijke groepsspringwedstrijden. Verenigingen kunnen inschrijven om zo'n wedstrijd in hun plaats te organiseren. Vorig jaar was er o.a. ook een wedstrijd in Menaldum en deze werd mede georganiseerd door DOS Dronrijp. Dit gebeurd dan in nauwe samenwerking met de wedstrijdleiding. Zo'n wedstrijd duurt een hele dag want er zijn wel een paar honderd gymnasten die op verschillende onderdelen springen. Ik had van deze wedstrijd de wedstrijdleiding en je moet dan ook van alles organiseren zoals de inschrijving van verenigingen , het opstellen van een wedstrijdschema en wedstrijdboekjes, juryleden benaderen en de benodigde uitslagenlijsten voor de jury en telcommissie maken. Dit is een hele klus maar ik vind het wel uitdagend om te doen. Vooral als de dag goed geslaagd is. *het Gemeentelijk platvorm WVG (Wet voorzieningen gehandicapten ) Menaldumadeel. *het Fries Netwerk Vrouwen 50+ waar ik het secretariaat van heb. Dit Netwerk organiseert thema bijeenkomsten voor alleenstaande vrouwen. Al deze functies nemen natuurlijk wel veel tijd in beslag maar ik vind het heel leuk om te doen en mag graag achter de computer zitten. Mijn man heeft wel eens gezegd: als dit werk allemaal was uitbetaald dan hadden we er een villa aan over gehouden. Ik ben een actief lid van de gymnastiek en aerobic; volleybal in het 1e team van de dorpencompetitie en ben ook nog een actief lid van de tennisvereniging "de Vierslag". Naast dit alles ben ik nog landelijk jurylid Groepsspringen KNGU en jurylid turnen KNGU in regio Friesland. Vooral in de winter ben ik zaterdags meestal weg te jureren. Vaak moet ik vrijdagsavonds al weg om zaterdags op tijd aanwezig te zijn bij de wedstrijden. Dit jaar ben ik o.a. naar Middelburg, Goes, Landgraaf (L) en Twello geweest. De tennisvereniging "de Vierslag" bestaat volgend jaar 25 jaar en willen dit niet ongemerkt voorbij laten gaan. Er is een werkgroep in het leven geroepen om iets te organiseren en daar maak ik ook deel van uit. Toch heb ik nog genoeg vrije tijd om geregeld naar Ameland te gaan waar we ook een onderkomen hebben en graag mogen vertoeven. Een prachtig mooi eiland waar we veel fietsen, wandelen en van de zee genieten. De kleinkinderen gaan ook graag vaak met ons mee. Na al deze dagelijkse bezigheden, gaan we zondagsmorgens meestal naar de Hervormde Kerk. Het is jammer dat er tegenwoordig bijna geen bestuursleden meer te vinden zijn. De gymnastiekvereniging zit al een jaar zonder voorzitter en zo zijn er meer verenigingen die hun bestuurssamenstelling graag uitgebreid zien. Gelukkig is dit probleem bij de volleybal in Berlikum nu opgelost en hebben 2 leden zich aangemeld zitting te nemen in het bestuur. Was dit niet gebeurd dan was het volleybal in Berlikum gestopt. Komt dit nu allemaal doordat in veel gezinnen man en vrouw werken en geen zin of tijd meer hebben voor het sociale leven en verenigingsgebeuren? Als deze trend doorzet kunnen de verenigingen straks wel gaan sluiten en willen we dit? Ook in de gymnastiekwereld met name in het rayon Noord West Friesland , waar o.a. Berlikum toe behoort, zijn geen bestuurleden te vinden. Dit jaar werden 3 verenigingen voor het blok gezet om de rayonwedstrijden te organiseren. Zo niet, dan gingen de wedstrijden niet door. Berlikum heeft dit samen met DOS Dronrijp en Longa Oosterlittens op zich genomen. Het wordt ook steeds moeilijker jury voor wedstrijden te krijgen en cursussen hiervoor te gaan volgen. Als ook hier geen gehoor aan wordt gegeven houden de wedstrijden op. Zo konden op 4 maart jl. de jongens/heren wedstrijden D/E niveau in Heerenveen niet doorgaan wegens gebrek aan jury. Dit is toch een kwalijke zaak en ik vraag me dan ook af hebben de mensen wel door wat er allemaal staat te gebeuren? Straks geen sporten meer voor onze jeugd. Dit was dan mijn verhaal en geef nu graag de pen door aan: Rikus Sinnema. maart
2000, Durk
Osinga It
kin net
. Der is al in protte ûndersyk dien hoe 't dizze bûnte kjiftkrobbe bestriden wurde kin én der tagelyk foar soargje fansels, dat hij net wer werom komt. Belangrike útkomsten út dit ûndersyk binne it ferbetterjen fan de fentilaasje op solder en it meitsen fan fersjennings om de stront fan de flearmûzen op te heinen. Sa hoopje wij fansels, dat "it gelij net wer op 'e nij" begjint. Mar it jild dan "It kin net", dêr hienen wij earst gjin boadskip oan en mei help fan de Stichting Stuurgroep Bonte Knaagkever is it slagge om Monumintesoarch en de provinsje Fryslân te oertsjûgjen fan de slimme situaasje yn ús koepeltoer. It koste noch wol in protte tiid en argewaasje om einliks de subsydzje fan 70% los te krijen, mar it is slagge. Mar de oare 30 % is noch wol ¦ 350.000 gûne en dat hat de Herfoarme gemeente net. "It kin net" seinen guon, mar de Berltsumers sels seinen mei de grutte jildaksje yn oktober 1998 dat it wol kin. Mei dizze aksje dêr't 80% oan mei dien hat, koenen wij mei goed fatsoen oanklopje bij fûnsen dêr 't ek wij soms it bestean net fan wisten. Ek natuerbeskermingsfûnsen jouwe jild omdat wij oan de seldsume flearmûzen wol plak jaan wolle. It Wereld Natuur Fonds bygelyks hat dan ek in bijdrage jûn fan ¦ 10.000. As de begrutting helle wurdt, dan komt it mei it jild wol klear. Doe 't Jan van Assen, lid fan de restauraasjekommisje oan de priisfraach fan lêsten de titel mei joech fan "It kin net "sloech hij de spiker op 'e kop. Ek mei it ôfheljen fan de lantearne fan de koepel moast it fan oanhâlden komme. Dat it sil wis wol klear komme mei ús koepeltoer. It
kin net
. Ik haw nei de legere skoalle it ateneum dien op it Lienward College (no Comenius). Dêrnei bin ik oant wurk gien bij it akkountantskantoar dat no Ernst Young hiet. De earste jierren fjouwer dagen oant wurk en ien oan 't oardel dei stúdzje foar registerakkountant. Letter wienen dat mear jûnsoeren en op sneontemoarn. Yn 1990 bin ik ôfstudearre en yn 1993 bin ik oerstapt nei it kantoar Noordersingel yn Ljouwert fan AVM en hie dêr mei Anne van Vaals earstoan de lieding. Myn eftergrûn as registerakkountant paste lykwols net altyd goed bij in administraasjekantoar en sûnt 1996 wurkje ik op it kantoar Tesselschadestraat fan AVM. It wurk fan in registerakkountant hâldt yn, neist it kontrolearren en meastentiids it meitsjen fan de jierrekken fan in bedriuw, foaral ek yn, it advisearjen fan de direksje fan in bedriuw op finansjeel gebiet. Tink bij it lêste oan in útwurkjen fan undernimmersplannen yn finansjele prognoses of it op jild setten fan in bedriuw dat ferkocht wurde sil. De learaar ekonomy op it ateneum hat by my de belangstelling foar pleatselike skiednis oanwakkere. Sûnt dy tiid haw ik ridlik wat stúdzje makke oar de pleatselike skiednis fan myn foarâlden, Berltsum fansels en de gerniers. Dat ik belutsen wie by de oprjochting fan De Grúsert sil jim dan ek net fernúverje. Ik haw ek jierren yn de Kulturele Rie fan Menameradiel, de Iepenbiere Bibleteek Menameradiel en yn de redaksje fan Op ´e Roaster sitten. Yn it biblioteekwurk bin ik op provinsjaal niveau aktyf as bestjoerslid fan de Sintrale Biblioteektsjinst fan Fryslân (de CBD Fryslân). We wienen noch mar krekt trout, doe 't de Tsjerkfâdij mij yn 1985 frege om de administraasje fan de Herfoarme tsjerke te dwaan en dy doch ik foar it grutste part noch. Sûnt 1993 meitsje ik as tsjerkfâd diel út fan de Herfoarme tsjerkerie. It
kin net
Foarhinne binne Lautenbachs en Quarré's hjir kommen te wenjen as frjemden. As de asylsikers fan no hjir mei goede bedoelings komme, krije dy fan de Berltsumers wol in bearenburchje. En it eigen folk dan yn de gemeenterie? Och, dat hat net iens yn ´e gaten dat se troch it iis sakke binne As dit kolleezje en de gemeenterie it fertrouwen wêrom hawwe wol, dan jouwe se de 50 wennings fan Berlingahiem (no foar de asylsikers) as ferfangende wenningbou wer wêrom oan Berltsum. Dizze 50 meie no nammentlik bout wurde yn Menaam .. It kin net, sil it gemeentebestjoer wol sizze. Lit jim no ris sjen dat it wol kin. Ik jou no de pen troch oan in sportfrou yn ieren en sinnen, myn skoanmem Dout de Boer Clowting. februari
2000, Durk
Dijkstra Ik ha de pen oernommen fan Jelle Eijzenga nei ôfrin fan ien fan de útfierings fan Revu 2000. Doe't Jelle my frege koe ik fansels min nee sizze. Wol in hiele revu skriuwe en net in stikje foar 'Op 'e roaster' op papier krije kinne, dat komt fansels ek wat frjemd oer. Jelle suggerearet yn syn stikje dat ik alles witte soe fan de skiednis fan Berltsum. Dat is perfoast net wier Jelle, mar it hat myn ynteresse wol. Foar de ôfrûne revu ha ik my fansels wol wat ferdjipje moatten yn de skiednis fan Berltsum en Fryslân en dan komme je allerhande nijsgjirriche saken tsjin. En wat my dan noch it meast ynteressearet is de ûntjouwing fan it lânskip fan bynammen Westergea troch de ieuwen hinne. Hoe't ûnder ynfloed fan waar en wyn, eb en floed, oerstreamings en oanslibbing der in kwelderlânskip ûntstie dêr't minsken op de hegere gebieden harren te wenjen setten en terpen makken om by heech wetter de fuotten droech te hâlden. En úteinlik binne út dy delsettings letter de doarpen en stêden ûntstien, en troch bediking en droechmakkerijen it lânskip sa as wy it no kinne. En dan fyn ik it spytich dat der hjir einliks neat mear oer is fan it oarspronklike lânskip. Der binne in protte minsken dy't it hjir tige moai fine en wakker swetse oer it Fryske gea. Dat is miskien ek wol sa, mar ik fyn der net sa folle oan. Bynammen de ruilferkavelings hawwe alles oer de kop skuort, alles is like rjocht en sljocht en troch de wetterbehearsking binne der in soad fûgels ferjage en planten ferdwûn. Sa, dat woe ik efkes kwyt. Mar minsken, no ferjit ik hielendal my efkes oan jimme foar te stellen. Ik bin Durk Dykstra, berne yn Minnertsgea yn 1953. Yn 1972 bin ik nei Berltsum ferhúze en ik wenje hjir mei in soad nocht no yn de J. van Tuinenstrjitte. Nei de legere skoalle en de MULO ha ik in oplieding dien foar medysk analist, en dat bin ik noch altyd. Ik wurkje by it Klinisch Chemisch Laboratorium yn Ljouwert. In soad minsken witte eins net wat it wurk op in laboratorium ynhâld. Koart sein, der wurdt ûndersyk dien op oanfraach fan húsdokters en spesjalisten yn alle lichemsfochten en wat der út it lichem komt. Wy hawwe it dan oer 'bepalingen' , en dat binne der noch al wat. It is sa stadichoan in hiele fabryk dêr't de automatisearring in grutte rol spilet. Der geane per wike wol sa'n tsientûzen útslaggen de doar út. Wat eartiids allegear mei de hân dien waard, wurdt no dien troch analyseautomaten dy't wer keppele binne oan kompjûters en ynformaasjesystemen. As analist binne je no mear spesjaliseare yn in fêststeld diel fan de 'klinische chemie', en ik hâld my dwaande mei de 'Nucleaire Geneeskunde' en 'Radioimmunochemie'. Swiere begrippen faaks, mar koart sein komt it hjir op del, diagnostyk en byldfoarming mei help fan radioaktieve stoffen. Myn grutte leafhawwerij is it lústerjen nei en it meitsjen fan muzyk. Dat ha ik einliks fan hûs út meikrigen, der stie eartiids altyd wol in gitaar yn 'e hoeke en wy waarden ek wol stimuleare om der op te spyljen. Ik wit noch goed dat ik as fjouwerjierrich jonkje mei myn broer ris op in brulloft spile ha, myn broer op de gitaar en ik op de ukulele. En it ferske kin ik no noch út de holle: 'er liep een aap door bos en heide .' . Letter doe't ik krekt yn Berltsum wenne ha ik spile yn de 'wrâldferneamde' pleatslike band 'Wheels on fire', letter omdoopt ta 'Tally Ho'. Yn it earst oan spilen wy op âlde lamperadio's en de hiele boel waard ferfiert mei in bakfiets nei in leech hûs op 'It Dok' dat wy brûkten as repetysjeromte. Doe't dy hûzen ôfbrutsen waarden ferhúzen wy nei in âld pakhûs oan de 'Piip', dat wy omdoopten as 'House of the rising sun'. Al mei al wie it in moaie tiid mei in hiele skare fans, freonen en freondinnen. Yn dy tiid bin ik ek by de 'Bliid Boadskip Sjongers' kommen en letter by ' De Bazuin'. Bynammen de tiid by 'De Bazuin' hat foar de muzykale foarming tige wichtich west, en by de BBS bin ik eins begûn mei it skriuwen fan teksten en ferskes. Dat resultearre letter yn reli-musicals sa as 'Genesis' en 'Moazes, tsjinstfeint'. It moaie dêrfan wie dat it alhiel eigen produksjes wienen, der waard fan alles útfûn foar it lûd, ljocht en dekor mei in grutte groep entûsjaste jonge minsken. En no hâld ik my sa no en dan dwaande mei it skriuwen fan revu's. Dat is wer hiel wat oars dan in reli-musical, mar it komt eins wol op itselde del. Der moat fariaasje en in goede reade tried yn sitte, de ferskes moatte passe en goed sjongber wêze, der moat humor en gong yn sitte, en de sketskes en it gehiel moat ta de ferbylding sprekke. Dat is fansels makliker sein as dien en soks kin allinne mar ta in goed ein brocht wurde as der in wurkgroep is dy't yntiids mei de tariedings dwaande is, der in dúdlike lieding is, en fansels in ploech motivearre spyl(st)ers en meiwurkers. En it is fansels it moaist as soks yn de Fryske taal kin. Ik bin net oerdreaun fanatyk wat dat oangiet, mar as wy -en foaral de jongerein- der wat om tinke en net al te sleau binne, dan kin dy moaie taal noch in hiel skoft mei. Dat wie it wat my oanbelanget en ik jou de pen troch oan Durk Osinga, dy't miskien wat fertelle kin oer syn eigen persoan en de swirrichheden mei ús koepeltoer, en ik slút ôf mei in stikje út in ferske fan revu 2000. Ik soe
wolris witte wolle januari
2000, Jelle Eijzenga in Op de een of andere manier wordt mijn beroep als fysiotherapeut geassocieerd met sport en sportief zijn; en als je sportief bent kun je ook wel in het bestuur van een sportvereniging. Het duurde derhalve niet lang, om precies te zijn 1 dag, tot het eerste bestuurslid bij mij aanbelde met de vraag, of ik direct maar voorzitter wilde worden van de gymnastiekvereniging. Waarschijnlijk kwam dit omdat men dacht dat het Duitse woord voor Fysiotherapie 'Krankengymnastik' is. Ik heb toen uitgelegd dat 'Gymnastik inderdaad gymnastiek is, maar dat hier in Berikum 'Kranken waarschijnlijk niet gymnastieken. In Duitsland was in die periode de Fysiotherapiepraktijk totaal anders dan in Nederland. De Fysiotherapiepraktijk bestaat in Nederland uit 3 onderdelen te weten: oefentherapie, massage en fysische technieken (werken met apparatuur). In Duitsland worden deze 3 onderdelen van het vak door 3 verschillende beroepsgroepen uitgeoefend. De oefentherapie door de Krankengymnast, de massage door de masseur, en de fysische technieken door de huisarts in een kelder onder zijn praktijk. Het enige wat ik in Duitsland heel goed heb geleerd is het werken met mijn handen. Hoogtepunt van mijn Duitse periode blijft nog steeds de overwinning van het Nederlands elftal op de EK van 1988 in Duitsland zelf. Zelden smaakte het Oranjebitter zo zoet als op die gedenkwaardige 21ste juni toen ik tezamen met 20 Duitsers die bal van Van Basten tergend langzaam voorbij de graaiende handen van Eike Immel in het doel zag verdwijnen. Terug in Nederland stond ik al snel weer met beide benen op de grond. Het begin was moeilijk. Ik had weinig patiënten, en 'Wa is dochs dy man, mei dat swarte burd der oer de brêge?!'. Gelukkig waren er de 'Siderius-mannen. Naast verzekeringstechnisch en boekhoudkundig zeer goed onderlegd te zijn, zijn ze ook zeer sportief Al snel werd ik geïntroduceerd bij de voetbal-, kaats- en tennisvereniging. Ik mocht wat sportblessures behandelen, en het duurde niet zo lang of de uitdrukking 'Do moast efkes nei de brêge ta deed de ronde. Jaren later heeft Ellen ervoor gezorgd dat het huis aan de Tichelersdyk de naam 'Oer de brêge' kreeg. Ik had in 1987 al een keer een cursus Sport-fysiotherapie in Amsterdam gedaan. Deze cursus kwam mij zeer goed van pas toen in mei 1991 zich de eerste Hoofdklasse kaatser meldde. (zie ook de Wis In van deze maand). Toen dat eenmaal was gebeurd kreeg ik steeds meer naam in de kaatswereld en begon de praktijk steeds beter te lopen. Er kwamen nu ook steeds meer mensen van buiten Berlikum. Het enige probleem was dat ik geen ziekenfondscontract had, waardoor ik geen Ziekenfondspatiënten mocht behandelen. In de periode had ik een aantal cursussen gedaan waaronder craniosacraaltherapie (o.a. hoofdpijnbestrijding) en nog een keer sportfysiotherapie. Steeds meer kreeg ik het gevoel dat ik de mogelijkheden uit moest breiden met medische fitness en actieve revalidatie. Daarnaast veranderde er zoveel op administratief gebied in de gezondheidszorg (in 1990 was een typemachine voldoende, in 1998 had Ellen een halve administratieve baan in de praktijk) en toen het aantal patiënten zo sterk toenam dat ik van 's ochtends 8 tot 's avonds 10 aan het werk was besloten we nieuw te bouwen aan de Prommehôf. Sinds november 1998 wonen en werken we hier naar volle tevredenheid. Met Christel van den Berg hebben we er een collega fysiotherapeut bij gekregen. Sinds afgelopen maand december is de medische fitness gestart. Alle veranderingen in de wetgeving in de gezondheidszorg hebben er zelfs toe geleid dat wij ook vanaf 1 januari 2000 een ziekenfondscontract hebben. Ook wij mogen nu ziekenfondspatiënten behandelen. Voor ons een reden om er ook in het nieuwe Millennium met plezier tegen aan te gaan. Ik vind nog steeds dat ik een van de mooiste beroepen heb; het behandelen, begeleiden en voorlichting geven aan patiënten om ze zo snel mogelijk te reïntegreren in de maatschappij of om ze zo snel mogelijk terug te brengen op wat voor sportveld dan ook. Na 10 jaar wonen en werken in Berlikum kom ik tot de ontdekking dat ik mij al een 'echte Berltsumer' voel. Maar ik voel mij nog steeds een groentje bij de man aan wie ik de pen de volgende maand troch jou. Een man die alles weet van de geschiedenis van Berlikum en die momenteel furore maakt met de nieuwjaarsrevue. Om te voorkomen dat hij in het grote gat valt mag de volgende keer Durk Dijkstra de pen ter hand nemen. |
dec
2001 nov
2001 okt
2001 sept
2001 juni
2001 maart
2001 februari
2001 januari
2001 september
2000 juli
2000 juni
2000 mei
2000 april
2000 maart
2000 februari
2000 januari
2000
|