MOSK

DE VERZAMELDE COMMENTAREN VAN ONZE DORPSMOSK


JUNI 2006
De wraak op Kleaster Anjum

Zo af en toe komt mijn neefje te logeren. Hij is een alleraardigst musje, keurig gekapt, beleefd en welopgevoed. Soms vraag ik me wel eens af, zou hij echt wel familie van mij zijn. Hij heeft één groot nadeel, hij vraagt mij de kleine oren van mijn mussenkop.

“Oom Mosk, kunnen mensen ook vliegen?” “Welnee, jongen, hoe kom je daar nou bij.”

“Nou, ze hebben toch neusvleugels, kunnen ze daar dan niet mee vliegen?”

En zo gaat het de hele dag maar door. We vliegen rustig over de Bitgumerdyk richting Hofsleane, maar daar moeten we oppassen niet verstrikt te raken in over de straat gespannen touwen met oranje vlaggetjes. Begint mijn neefje weer. “Oom Mosk, zijn deze mensen bang dat hun huizen omvallen?” “Welnee, jongen, die vlaggetjes hebben ze opgehangen om het Nederlands voetbalelftal te steunen.” Neef moet even nadenken en dan zegt hij, “Oom Mosk, als ik die vlaggetjes zo zie hebben ze niet veel vertrouwen in dat voetbalelftal. Of zouden ze te zuinig zijn om er iets moois van  te maken?”

Eerlijk gezegd ben ik dan maar wat blij dat niet iedereen mijn neefje kan horen.

Op tweede pinksterdag was ik flink sjaggerijnig. Neef informeerde beleefd hoe het kwam dat mijn anders zo opgewekte humeur tot een bedenkelijk niveau gedaald was. “Berlikum heeft met kaatsen  verloren van Minnertsga”, gromde ik. “Waarom is dat zo erg?” “Jongen, dat is niet uit te leggen, ze hadden overal en van alles mogen verliezen, maar van Minnertsga......, daar zijn geen woorden voor. Voortaan vliegen we om dat dorp heen, goed begrepen jongen?” “Ja oom, begrepen.”

‘s Avonds bij het naar het nest gaan, moet ik altijd een verhaaltje vertellen. Liefst iets van vroeger uit de tijd van ridders, zwaarden en maagden. “Oom Mosk, vertelt u nog een spannend verhaaltje? Van het Kleaster of zo.”

Nou mensen, daar was ik mooi mee, want Kleaster Anjum heeft bij ons in de familie geen beste reputatie. Als ik vroeger iets verkeerds deed, brieste mijn vader zaliger ‘moskje is dochs net fan ‘t kleaster, wol?” Meestal kreeg ik dan een zware straf, want iets doen ‘fan ‘t kleaster', dan was je echt te ver gegaan.

Mijn neefje heb ik het geheim van het Kleaster verteld. “Jongen, jaren terug waren er enkel rabauwen, rovers en rebellen op Anjum.” “Net zoals nu, oom Mosk?”

“Zo ongeveer, jongen. Welnu, de Kerk besloot er iets aan te doen en stichtte er een klooster om de mensen wat fatsoen bij te brengen. Maar binnen de kortste keren was de zaak omgedraaid, het klooster paste zich aan de omgeving aan en verloederde snel. Op een nacht klopte een doodzieke man aan bij het klooster en vroeg om hulp. Ze lieten hem binnen, maar in plaats van hem te verzorgen hebben ze hem beroofd en half levend, half dood op het hof in Berlikum  begraven. De geest van die man kon echter geen rust vinden. Hij klopte op het hout, rammelde met kettingen en uitte de meest verschrikkelijke kreten. Het ging de mensen door merg en been, ze deden ‘s nachts geen oog meer dicht.”

“En toen, oom Mosk, en toen?” “Toen was er een Berltsumer, die zei ‘ik ben voor god en duivel niet bang'  en die is midden in de nacht naar het hof gegaan en heeft de geest bevrijd.”

“Was dat nou wel zo verstandig van die man, oom Mosk?”

“Nee jongen, dat was het niet. Want zodra die geest was  bevrijd uit zijn onderaardse verblijf, nam hij bezit van die man. Hij dreef hem voort, zoals een ruiter een paard en liet hem het klooster in brand steken zodat het gebouw geheel vernietigd werd.”

“Bbbrrrrr, oom, ik ril er van, dat was eng. En hoe is het met die monniken afgelopen?”

“Slecht jongen, heel slecht, niet een van de monniken bleef gespaard. Allen verdwenen in die nacht, maar eens in het jaar keren ze terug naar Kleaster Anjum, altijd op 16 juli, de dag van de brand. Blijf daar dan weg, jongen, het is er op die dag nog onveiliger dan anders. Begrepen?”

“Ja oom, begrepen, welterusten oom.”

MOSK


MEI 2006
De klucht van de politiek
ofwel gekker kunnen we het niet maken

Zo kan het echt niet langer. Ik zie er geen gat meer in. Er moet professionele hulp komen. Een beetje mens gaat naar een dokter of een psychiater, maar een eenvoudige huis-, tuin- en keukenmus vliegt voor geestelijke bijstand naar de Hofsleane. En wel ter hoogte van de kruising met de Vermaningsstrjitte en de J. van Tuinenstrjitte. Daar wil nog wel eens een uil zitten (sssttt, wel zachtjes doen hoor, als u gaat kijken). Hij is er niet altijd, want net als een echte dokter houdt hij maar af en toe spreekuur. Voor de rest verwijst hij je door naar de huisuilenpost.

Dit keer had ik geluk, hij was er en wilde wel naar mijn kommer en kwel luisteren. Ik schrijf al een tijdje voor Op ‘e Roaster, zei ik. Het is wel niet zo hoogdravend of verantwoord, het is meer iets om de mensen voor even een glimlach te bezorgen. Ik schrijf over wat mensen bedenken of doen en er is altijd wel wat te vinden om er met een knipoog naar te kijken.

“Ja, nou en”, kraste de uil ongedurig en hooghartig, “wat heb ik daarmee te maken, dat krantje lees ik niet, er staat veel te weinig wijsheid in voor mij. En jouw gewauwel interesseert me al helemaal niet. Heb je wel een probleem?”

Ik moest me even hervinden, want dat heb je nu eenmaal met wijze en doorluchtige lieden, ze zijn niet zo makkelijk in de omgang. Meteen gooide ik de hele loodzware last van mijn hart naar buiten. “Geachte uil, hoe kan ik nog iets belachelijks maken dat zichzelf al totaal belachelijk heeft gemaakt?”

Het was duidelijk dat deze vraag de uil wel beviel. Hij stak zijn met denkrimpels gegroefd gelaat in zijn verenpracht en dacht tijdenlang na. Bescheiden bleef ik op een lager gelegen haag wachten. Ik ken mijn plaats.

“Hoe bedoel je dat eigenlijk?”, vroeg de uil na vele uren van moeizame peinsarbeid. Ik vertelde over de nieuwe gemeenteraad. “Na de verkiezingen moest er natuurlijk een nieuw college gevormd worden. Gemeentebelangen had verloren en wilde niet meer meedoen. VVD had ook verloren maar wilde wel meedoen. CDA schoof wat heen en weer, maakte nog een pirouette en wilde uiteindelijk toch maar niet. PvdA, GroenLinks, VVD en FNP gingen voor een week of vier ondergronds, tenminste niemand hoorde wat. Maar opeens was er witte rook uit het gemeentehuis. Ze hadden wat paragrafen geschreven dat een akkoord heette en ook nog twee wethouders van buiten de gemeente opgescharreld. Maar bij de PvdA was toen iemand boos en die stapte op, toen werden anderen weer boos en die stapten ook op en toen werd nog iemand boos en die ging alleen verder en toen was zo'n beetje iedereen boos op iedereen. Nou ja, toen was het een grote wirwar, niemand wist waar die aan toe was, wat er gebeurde en hoe het verder moest. En nu hebben ze een burgemeester met wat tijd over gevonden en die gaat informeren, formeren en uiteraard vet declareren. Maar beste uil”, zo besloot ik mijn verhaal, “als die lui zo met elkaar aan het rollebollen zijn, daar kan ik toch geen woord aan toevoegen om het nog belachelijker te maken?”

Uil was het geheel met mij eens. Wel zei hij nog, “ik weet niet of het te idioot is of te triest, maar het gekker maker dan het al is, kun je het in ieder geval niet.”

Kortom, heren en dames politiekers, luister naar mijn hartenkreet, ga alsjeblieft weer gewoon doen wat je moet doen, anders heb ik helemaal  niets meer om over te schrijven!

MOSK


APRIL 2006
Elts syn Rol, schandalig!

Het boekje van Elts Syn Rol plofte in mijn nestje en ik kreeg haast een rolberoerte van wat ik las. We moesten ons voorbereiden op “gespierde taal”, op bij “ wanhoop passend gedrag” en het kon wel eens schokkend wezen! Ik begreep wel als eenvoudig huis-, tuin- en keukenmusje dat ik hulp nodig had. Niet van de burgermoeder dit keer of van meester Ed ons provinciaal opperhoofd. Nee, ik belde meteen met Balkenende in Den Haag.

Het bleek dat hij al op de hoogte was gesteld door een van de 200.000 professionele anti-terreurbestrijders. Ook meldde JP dat hij en het kabinet zich grote zorgen maakten over deze zedenverwildering in It Heechhout. Hij vond ook dat we zo niet met elkaar moesten omgaan in dit land en dat we elkaar moesten respecteren. Ook rekende onze prumjeeh erop dat ik als laatste der Mohikanen pal zou staan voor de normen en waarden in ons dorp. Verder had hij de strijdkrachten reeds opdracht gegeven zich gereed te houden in het nabij gelegen Dokkum.

Dolgelukkig legde ik de telefoon neer. Nu zou alles wel goed komen. Dit was duidelijke taal. Hiermee zou het Fatsoen in Berlikum hersteld worden.

O, mensen wacht even, er komt wat tussen. Ik ben namelijk mijn nestje aan het verbouwen. Nou ja, ik zelf natuurlijk niet. Ik heb twee Polen (zwart natuurlijk, dus sssstt, mondje dicht hè) geritseld die de boel bij mij opleuken.

“Ja, was haben sie nou weer?”

“Ehm, jawohl Herr Mosk, verzeih uns, aber dies hier, das ist doch kein Asbest, hoffen wir?”

“Aber nein, mein Junge. As ‘t mar best is. Setzen sie wohl eben das Fenster offen, ja? Und jetzt kein geloel und durcharbeiten!”

Zo, ook weer geregeld. Waar waren we gebleven. O ja, het Fatsoen in Berlikum. Juist. Ik was zo'n beetje de eerste die een kaartje voor Elts syn rol kocht. Want dat schokkende wilde ik natuurlijk niet missen.

Beste fatsoenlijke medeburgers, ik kan u mededelen, het was meer dan schokkend, het was zelfs zeer ongepast, schandalig gewoon. Het ging over dromen van mensen die niet uitkwamen en over mensen die elkaar niet begrepen en langs elkaar heen leefden. Op een gegeven moment dacht ik, het lijkt wel alsof ik naar uw en mijn leven zit te kijken. Nou, dat schokte mijn gemoedsrust behoorlijk.

Maar weet u, wat nog erger was. Er waren toespelingen over seks en woorden die daarmee ook te maken hadden. Hoogst afkeurenswaardig. Nee, geef mij maar een blijspel. Een klucht met op het toneel een kamer met zes deuren. Achter iedere deur zit wel weer een andere minnaar of maîtresse. En dan heb je van die keurige mensen die alle mogelijke moeite doen om hun geheime verhouding verborgen te houden. Hahahahaha, dat is pas lachen. Want, het is niet zo erg dat mensen elkaar bedriegen en teleurstellen, maar als zoiets hardop gezegd wordt op de planken, dat is pas erg.

Ik hoop dat we volgend jaar weer iets leuks te zien krijgen. Als ik een tip mag geven: Het leven aan boord van marinefregat Tsjerk Hiddes.

Ik moest trouwens nog een schokkende ervaring verwerken. De hele avond dat Stichting Berlikumer Belangen jaarvergadering hield, zat ik gespannen voor het venster te wachten op de mededeling dat ik, Mosk, tot Berlikumer van het jaar gekozen zou worden. Gebeurde het helemaal niet! Terwijl ik toch zeker meer dan de helft van het bestuur had omgekocht. En dat, waarde medeburgers, vond ik dus niet netjes. Afspraak is afspraak, en dan moet je je er ook aan houden. Maar goed,  het is genoeg geweest. Dit was les 1 in het aanleren van een dubbele moraal.
Mosk


MAART 2006
Verkiezingspret

Beste mensen, het was weer eens zover. Jullie eigen moskje moest weer opgehokt zitten in zijn nestje om geen slachtoffer te worden van de hiep, hiep, hiep, vogelgriep. Gelukkig moeten alle katten nu ook binnen blijven. Ik hoop dat die regel voor altijd geldt.

Ik brandde (dit is figuurlijk bedoeld) van nieuwsgierigheid naar wat de partijen in de gemeenteraad mij hadden te vertellen. Na vier jaar is het toch goed, zo dacht ik met mijn klein vogelenverstand, dat ze aangeven wat ze gedaan hebben en wat hun plannen zijn voor dit stukje van “it bêste lân fan d'ierde”(ter verduidelijking voor de meeste Friezen, dit is een regel uit het Friese volkslied; geïmporteerde Hollanders leren dat wel op een Afûk-cursus).

Omdat ik niet naar buiten mocht, moest ik tevreden zijn met wat er op de mat viel aan verkiezingsmateriaal. Alleen de PvdA  nam niet de moeite om mijn boom in te klimmen en een foldertje of zo in mijn nestje te deponeren.  Wel was er een inlegvel bij Ynformaasje waarin ik las dat de PvdA wilde groeien van twee naar drie zetels, maar het liefst naar vier. Met “veel nieuwe mensen zou er een fris geluid te horen” zijn, ze bedoelden dus dat de ouwe hap een duf, ronkend geluid had voortgebracht. Hun verhaal over dat frisse geluid  besloten ze dan met het dolenthousiaste, uitzinnige en vertrouwenwekkende“dat kan geen kwaad”. Hmm, misschien niet, maar zou het ook goed kunnen?  Kennelijk wel, want ze kregen die vier zetels warempel ook nog.

GroenLinks heeft het zetelaantal verdubbeld van 1 naar 2. Daar ben ik wel blij om. Want ik las in hun program dat ze ook oog hebben voor “mensen die het, in onze samenleving en daarbuiten, minder getroffen hebben in het leven”. Misschien toch wat veel voor één raadsvertegenwoordiger. Nu hebben ze gelukkig vier ogen voor de minder getroffenen.

Van het CDA werd ik niet echt vrolijk. Ze wilden zorgen voor “menselijk geluk”, dus als eenvoudig huis-, tuin- en keukenmusje had ik niet veel van hen te verwachten. Daarbij stond in iedere zin dat ze degelijk waren. Ik kon een grote gaap niet onderdrukken. De VVD ging ervan uit dat een beetje vogel als ik een normaal lopende zin niet aan kon en hield het bij het lanceren van een tiental slogans. Geen wonder dat je dan een zetel verliest. Uitroepen zoals “Schatzenburg Ja, Tegen elke prijs Nee”. Dat klinkt ongeveer zoals “VVD Ja, erop Stemmen Nee”.

Gemeentebelangen liet in haar folder zien dat ze overal geld aan hadden uitgegeven. Vind je het dan gek dat de gemeente op zwart zaad zit, die lui die blijven uitgeven. Het kostte ze twee zetels. Ook wisten ze te melden dat Gemeentebelangen úw belang is. Nou, dat maak ik mooi zelf wel uit wat mijn belang is.

De FNP is in ferhaal apart. Se sizze  in de earste sin, “De FNP, rjocht troch See”, ja mar leave fnp'ers, dy Middelsee dy is er al lang net mear, troch hokker see woene jim dan? En it lêste sintsje lûdet: “de FNP giet troch it fjoer foar it Frysk en Fryskeigene”. Ik ha se in briefke weromskreaun. In prima inisjatyf, mar wolle jim wol foarop gean, troch dat fjoer?

Mar der wie noch wat mei de FNP, ik bedoel eins mei de nûmer twa fan harren list, Martsje. Dy Martsje, dy kin sa moai laitsje. En foar dy laach bin ik fallen, beste minske. Ik wit wol, dat hat wol niks te krijen mei polityk, it is in minne saak fa my, gelokkich mei ik dochs net stimme. Mar as Martsje laket, dan bin ik hielendal ynpakt en ferlern. Se wennet in Bitgum, dat ik kin net nei har ta, dêrom freegje ik ‘t mar op papier, Martsje wolsto wol mei my trouwe. Ja ja, ik wit wol, ik bin mar in dom fûgeltsje en do bist al troud (yn de fûgelwrâld jout dat gjin problemen, no), mar mei ik dan faaks by dy op it hiem wenje. Dan kin ik dochs noch elke dei dyn strielende laach sjen.

Ook las ik nog op de valreep dat de ambtenaren uit onvrede de Ondernemingsraad van de gemeente zijn uitgestapt. Morrende ambtenaren, verhitte coalitiebesprekingen en van Booma nog steeds op Schatzenburg. Nou mensen, we gaan een heerlijke tijd tegemoet!

MOSK


FEBRUARI 2006
Stem Bomo!

De vorige keer verliet ik u met de mededeling dat ik rondvloog over de voor publiek verloren gegane percelen van Schatzenburg. Ik draaide daar wat rondjes over het zwembad, o ja, zo zag het eruit, dacht ik nog, toen opeens een stem mijn aandacht trok.

“Mosk, mohosk, kom ‘s naar beneden.”

Nou mensen, m'n klomp brak doormidden, twee stukken hout vielen zomaar naar beneden, bijna op het hoofd van niemand minder dan .... Ron van Booma. Vriendelijk wenkte hij me en beloofde me een vol glas cognac en een stevige Havanna. Ik ben als eenvoudige huis- tuin- en keukenmus erg principieel, maar zo'n verleiding kon ik natuurlijk niet weerstaan.

Zo kon het gebeuren dat ik even later m'n glas op Ron (ja ja, dat mocht ik van hem zeggen) hief en een onnatuurlijk grote wolk de lucht in blies. Altijd had ik gedacht, op grond van de boodschappen uit het gemeentehuis dat van Booma de duivel in hoogst eigen persoon was, maar dat bleek onzin. Hij is een aardige man en na het tweede glas waren we al dikke vrienden. De complimenten vlogen over en weer en na het derde glas VSOP lag het idee op tafel om gezamenlijk een partij op te richten.

Ik weet het niet zeker meer, het werd met al die sigaren ook wat mistig in de kamer, maar het zou me niet verwonderen als het idee voor die partij zelfs van mij kwam. Tussen twee rookwolken door merkte ik op dat hij een stuk makkelijker over Schatzenburg zou kunnen onderhandelen als hij zelf een partij in de gemeenteraad zou hebben. Ron sloeg zijn rechtervuist in de palm van zijn linkerhand en zei op besliste toon : “Moskie, dat gaan we doen.” Ik begreep niet zo goed wat ik in die partij had te doen, maar Ron sprak overtuigend dat geen partij zonder een loopjongen kon.

Direct daarna hebben we een programma in elkaar gespijkerd. Het ene na het andere punt rolde eruit, zoals ‘we gaan de macht aan het volk teruggeven', en ‘we zullen transparant zijn', maar vooral ‘duidelijkheid bieden en daadkracht uitstralen'. “Menaldumadeel, maar ook Nederland verdient beter”, sprak Ron met omfloerste stem. “Maar ik nog niet genoeg”, voegde ik sip eraan toe. Huilend van het lachen vielen we elkaar in de armen. Waarna we de glazen weer eens  vol tankten.

We vonden dat Menaam met het gemeentehuis, een bejaardenopslagplaats, eh nee, ik bedoel een ouderencentrum en een nieuwe brug voldoende is bedeeld. Nu zijn Berlikum en Schatzenburg aan de beurt. Ik stelde Ron voor stacaravans op zijn terrein neer te zetten want hangjongeren zitten daar graag te drinken. Met wat afgedankte caravans is het een minimale investering en die jongeren houden een wedstrijd wie het eerst de lever stuk kan drinken. Tel uit je winst!  In Gaasterlân-Sleat mag het ook, dus waarom bij ons niet. Dan zou, zo meende Ron op zijn beurt, Berlikum wel eens een zwembad en een sporthal kunnen krijgen, tenslotte was dat in de hele gemeente niet te vinden.

De huidige wethouders leken ons niet meer van deze tijd, maar de burgemeester wilden we wel laten zitten. Stel je voor zei mijn beste vriend Ron, dat we die andere krijgen, die Kales. “Nee, Ronnie”, zei ik, “ hij heet Dales, maar hij heeft een kop die kaal is.” “Juist, Moskie , dat zeg ik, Kales.” Toen waren we reeds aan de zoveelste bel superieure cognac bezig.

Restte nog een naam voor onze nieuwe politieke beweging te bedenken. Want zoals mijn goede vader mosk zaliger al zei, ‘as ‘t skip fan ‘e helling giet, moat it ek in namme ha'. Het werd BOMO, van BOoma en MOsk, of ook Beter Overleg Met Ons, de Beste Overheid Met Ons, of Bizarre Onzin Met Ons, maar dat komt ongeveer op hetzelfde neer. Een dag later was ik een vogel met een stevige kater.

Maar op 7 maart doen we wel mee met de gemeenteraadsverkiezingen (mooi lang woord voor galgje). Stem BOMO!

MOSK


JANUARI 2006
Geweld in het gemeentehuis

Je maakt wat mee als Vredesteinband, eh nee, ik bedoel als eenvoudige huis-, tuin- en keukenmus. Het begon al voor de kerst. Mijn nestje bevindt zich in een buurt waar ieder huis rijkelijk investeerde in kerstverlichting. Natuurlijk wilde ik geen domper op de feestvreugde zetten en begon mijn boom ook te versieren. Trapjes, spiraaltjes, lichtslangetjes, kribbetjes, kerstmannetjes met en zonder dildootjes, kerstboompjes, rendiertjes, druiventrosjes, sneeuwvlokjes, zo maar wat malle figuurtjes erbij, hup de snoeren in het stopcontact en mijn boom brandde gedurende de feestdagen als een vuurtoren. Het gevolg was wel dat de energierekening niet meer te betalen viel. Sinds 1 januari is de stroom afgesloten.

Wel had ik nog een zorgtoeslag ontvangen van Hans H., maar die had ik al uitgegeven aan vuurwerkpakketten.Ik heb daar nu wel spijt van, want met de kerstdagen ben ik flink ziek geweest. Ik had een heerlijke maaltijd van verse kevertjes, gepofte worm en gefrituurde vliegjes. Daarbij had ik de fles wijn opengemaakt die ik van de redactie van Op ‘e Roaster had gekregen. Wat ben ik daar ziek van geweest! Doodziek, zelfs. In het ziekenhuis hebben ze mijn maag moeten leegpompen. Bleek ik lampolie te hebben gedronken. Echt weer een grap voor die lui van de redactie, een fles lampolie beplakken met een wijnetiket. Berltsumers, pas op toch met die leden van de redactie, niet één van hen is te vertrouwen.

Na al deze ellende had ik een enorme behoefte aan aandacht, troost en warmte, dus ik vloog naar het gemeentehuis voor een bezoek aan onze burgermoeder. Maar ik kon met mijn snaveltje tikken op haar ruit wat ik wilde, ze hoorde me niet. Ze vergaderde met haar wethouders en het was een kabaal van je welste. Iedereen riep met stemverheffing door elkaar.

Pen riep almaar uit: “Het was heus wel een goede deal! Het was echt het beste! Zo dien ik de gemeentebelangen!” Tegenover hem zat Meul, die boos terugriep: “Dit is toch niks, man. Een akkoord van niks. De belangen van de arbeidende klasse worden hier verkwanseld!”

Onze burgemeesteres probeerde te sussen. “Hè toe nou jongens, zo is de kerstsfeer helemaal weg. Kom, Dijk, zeg jij ook eens wat.”

En Dijk zei: “eh, ja, kijk, nou, eh, misschien moeten we ons eerst diepgaand bezinnen, zodat we, eh, een stukje ruimte vinden om te, eh, onderhandelen, en tegelijkertijd daarbij een stukje, eh, eenheid bewaren. Ook denk ik dat...”

Onder zijn betoog dat lang duurde en steeds langer werd, bleef het niet rustig aan tafel. Pen had een ambtelijke notitie verfrommeld en gooide deze prop midden in het gezicht van Meul. Deze reageerde woedend, pakte zijn pen met embleem van de gemeente en wierp deze als een speer richting Pen. Deze kon nog maar met op tijd bukken. Hierna richtte hij zich op, boog over de vergadertafel en pakte Meul bij zijn jasje om hem door elkaar te rammelen. Meul deelde op zijn beurt rake klappen uit aan zijn collega, waarbij de bril hem rinkelend van zijn hoofd viel.

Gelukkig was er nog de burgermoeder die de beide belhamels uit elkaar trok, een draai om de oren gaf en hen in de hoek zette om te bedaren. “Sukkels!”, riep ze vertoornd uit. “Over twee maanden zijn er verkiezingen. Denken jullie nou echt dat er nog iemand op jullie zal stemmen?”

Ik vloog maar weer eens verder. Onderweg kwam ik langs Schatzenburg. Ik zag Van Booma fluitend over het perceel lopen. Hij maakte een zeer tevreden indruk.

Ach, mijn goede vader mosk zaliger zei al: “As de hinnen fjochtsje in it hok, fiert de liepe fokse syn gelok”.

MOSK


DECEMBER 2005
Domino-mosk doodgeschoten

Pief, paf, poef! En het eenvoudige huis-, tuin- en keukenmoskje was niet meer. Weet ik niet hoe veel vliegkilometers had hij al in de vleugeltjes toen hij even op een bankje in het FEC dacht te kunnen zitten. Dat bankje was wat wiebelig, het viel om en toen nog zo'n slordige 23.000 dominosteentjes.

Nou zult u wel denken “hé, als hij het loodje heeft gelegd, hoe kan ‘ie dan nog schrijven? Zou Mosk vanuit de hemel naar ons een berichtje versturen?”

Allereerst hartelijk dank dat u de hemel als mijn eindbestemming wilt zien en geen andere plaats die ook met een h begint. Maar ik leef nog, zetel nog steeds in de heggen en struiken van Berltsum en ik ben het zelf die schrijf. De mosk die om zeep is geholpen was een oom van mij. Een Friese oom welteverstaan, dus hij heette ook mosk.

Eerlijk gezegd, we verwonderden ons niet toen wij van zijn noodlottig heengaan hoorden. We zeiden wel vaker in de familie, met oom mosk loopt het nog eens verkeerd af. Hij was wat eigenwijs ingesteld. Een nest vond hij te klein, nee oom mosk wenste groot te wonen. Hij koos daarom het FEC als zijn woning. Naarmate hij ouder werd zag hij niet meer al te best, maar hij wilde ab-so-luut niet aan de bril. Niet zo gek dus dat hij zo'n dominosteen met een bankje verwarde.

Door een paar steentjes om te gooien, werd hij als straf door een kanon omgebracht. Oké, hij was een beetje de zotte oom van de familie, maar zoiets grijpt je toch aan. Het is tenslotte familie en het oud-Friese spreekwoord zegt niet voor niets ‘as ien mosk deasketten is, folgje der mear likwidaasjes'.

En wat lees je in de krant? Medelijden of protest? Niets daarvan, dhr. Peeters van de Vogelbescherming (o ja, waar was ‘ie dan om te beschermen?) vindt ‘de reactie op die ene huismus buiten proportie'. Mevr. Postma uit Leeuwarden meent zelfs ‘het gaat natuurlijk nergens over'. Mevrouw Mus (what's in a name!!) vraagt zich af ‘wat is dat nou, één zo'n musje'? En voorzitter Osinga van de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten maakt het helemaal bont. Hij beweert zonder daarbij met zijn ogen te knipperen ‘Wij vinden dat niet het individuele dier telt maar de soort. ... Dit gedoe over een mus is volstrekt belachelijk' Dit las ik allemaal in het Friesch Dagblad van 17 november j.l.

Verschrikkelijk natuurlijk, zo'n gebrek aan mededogen. En toch, je kunt er nog wat van leren. Wat wil namelijk het geval. We zitten als familie bij elkaar na de begrafenis van de luttele restanten van oom mosk. Om de landerigheid wat te verdrijven besluiten we een zo groot mogelijk kaartenhuis te bouwen. Na een paar dagen hadden we al vele duizenden kaarten tot een wonderschoon en teer flatgebouw verwerkt. Komt er een man in de tuin waarin we zitten en begint die boom om te zagen. Ons hele kaartenhuis plofte zomaar in elkaar. Al ons werk voor niets! Dat konden we niet laten gebeuren. We pakten onze mitrailleur en ‘tttrrrrrrrt', nu ja verdere details zal ik u besparen.

Of dit niet iets te voortvarend is gehandeld? Niets daarvan, dhr. Mosk  van de Mensenbescherming vindt ‘de reactie op die ene huisman buiten proportie'. Mevr. Moskma uit Leeuwarden meent zelfs ‘het gaat natuurlijk nergens over'. Mevrouw Mus vraagt zich af ‘wat is dat nou, één zo'n mensje'? En voorzitter Moskinga van de Bond van Friese Mensbeschermingswachten beweert zonder daarbij met zijn ogen te knipperen ‘Wij vinden dat niet de individuele mens telt maar de soort. ... Dit gedoe over één mens is volstrekt belachelijk'

Inderdaad, ik ben het geheel met hem eens. Waarom zou je je druk maken over één persoontje, er blijven nog ruim 6 miljard mensen over. Mijn goede vader mosk zaliger zei al: “twa dingen moat moskje ta wenne: bjuster buiïch waar en ûnbeskofte minsken”.

MOSK


NOVEMBER 2005
Ophokplicht

O lieve Berltsummers, mag ik even mijn nood klagen? Fijn, dank u.
Het is allemaal begonnen met een bezoek aan het Fries Museum. Jaja, dat had u niet zomaar verwacht hè, van zo'n eenvoudig huis-, tuin- en keukenvogeltje. De laatste tijd heb ik er veel gegeten, daar in het Fries Museum. Ze hadden er van dat alleraardigst aardewerk uit vorige eeuwen neergezet en ik vond het schitterend om van een bord te eten waar Pieter Stuyvesant nog een kippetje van had genuttigd en uit een beker te drinken waar Anna Maria van Schuurman haar lippen tegenaan had gezet. Wekenlang vloog ik met veel plezier tussen het Fries Museum (u merkt wel ik kan er geen genoeg van krijgen om die voorname plaats te vermelden) en Berltsum.

Toen kreeg ik twee spoedberichten binnen. Allereerst kreeg ik te horen dat het Fries Museum, waar ik dus was, afgebroken zou worden. Op het Saailand zou een nieuw Museum verrijzen, met veel beton, heel veel staal en nog meer glas. Zeg maar gerust, een soort van bushokje, maar dan wat groter. Ik was nog niet van de schrik bekomen toen ik mededeling kreeg van minister Veerman. Ze hadden vogelgriep in Griekenland en daarom moest ik als de wiedeweerga naar huis, alle ramen dicht doen en binnen blijven. Ik raakte geheel in paniek. Uit pure angst heb ik alle tentoon gestelde merklappen van A tot en met Z, het hele alfabet, vol gescheten.

Nu zit ik thuis en wacht de komende gebeurtenissen gelaten af. Gisteren voelde ik me niet zo lekker en had ik dokter Co Mello gebeld. Ik hoefde vooral niet langs te komen en moest vooral in mijn nestje blijven. Dank u dokter, wat kost me dit advies. Niets hoor, helemaal niets hoor, we hadden u toch al afgeschreven, eh nee, ik bedoel uitgeschreven.

Weer zit ik alleen. Als er al iets in het dorp gebeurt, ik weet er niets van. Ik vlieg tegen de muren op. Maar hoor eens, wie klopt daar kind'ren. Wie tikt daar zachtjes tegen ‘t raam? Het is een vreemdeling zeker. Die verdwaald is zeker. Ik zal eens even vragen naar zijn naam.

Dan hoor ik een stem, die zingt: “Ik ben een trekvogel, met vogelgriep. En brengt u vanavond een bezoek. En strooit dan een virus. In d'een of andere hoek. Koekoek.”

Aha, een koekoek dus! Ik vertel hem over zojuist leeg gekomen plaatsen op Schiphol. Daar zit je warmpjes bij het vuur, daar is geen virus tegen bestand. En als je het overleeft, dan word je vriendelijk gevraagd om weer terug te gaan naar de plek waar je vandaan kwam. Dankbaar vliegt hij in zuidwestelijke richting weg.

Heel alleen blijf ik achter. Het wordt donker. Een stille, eenzame nacht. Dan wordt er warempel weer aan mijn deur geklopt. Wie zou het dit keer zijn? Het is al ruim na twaalven en het is net maandag. Sssstttt, ook deze zingt. “Ik zing dit lied alleen voor jou, breng witte rozen voor jou mee....” Woest trek ik de deur open. “Ja hallo, ik ben nog niet dood, ben je gek met die bloemen van je.”

Dan zie ik een ring schitteren aan een vinger, ik kijk omhoog en zie het beteuterde gezicht van de ideale schoonzoon, Jan Smit. Deemoedig buig ik mijn kopje, ik kniel voor hem neer en kus de Televizierring aan zijn hand. “Hou op met die flauwekul”, zegt hij, “want ik ben op zoek naar een discotheek waar het Zand ZoekIs”.

Als ik hem de goede kant heb uitgeduid, mag ik een wens van onze droomprins doen. Ik vraag natuurlijk om het lied Als de nacht verdwijnt. En Jantje zingt voor mij:

“Als de nacht verdwijnt en het geld verschijnt

als ik mijn saldo zie, klinkt een symfonie.

En je weet ik zing een uur voor jou

en achtduizend euro krijg ik van jou.”

Daarna scheurt hij weg in zijn geblindeerde Mercedes met chauffeur. Ik ben weer aan mijzelf en mijn lot overgelaten. En ik denk bij mezelf. Wat is het leven toch onrechtvaardig. Waarom een vogelgriep? Waarom niet eens een kattengriep. Die beesten, die vogeltjes verslinden, mogen ze van mij massaal ruimen.

MOSK


OKTOBER 2005
Geen tijd maar wel honger

Lieve mensen, al weken ben ik bezig om allerlei papieren in te vullen voor het nieuwe zorgstelsel. Het is met recht een stelsel waar je zorgen van krijgt. Ik verzuip in de formulieren die ik moet invullen. De meeste gaan mijn begrip van eenvoudig huis-, tuin- en keukenbeest ver te boven.

Wat een vragen! Neem nou deze: “Voelt u zich volgend jaar kiplekker of wordt u zo ziek als een hond? Zo ja, waar is dat dan goed voor, u kunt zich beter nog eens bedenken.” Maar ook “Als u ziek wordt, gaat u ons ermee lastig vallen, of knap u (het) liever zelf op?” En wat moet ik nou toch met de volgende vraag: “Blijft u in leven of maakt u ons blij met een dooie mus?” De meest stuitende vond ik nog wel deze: “Wilt u gedeeltelijk of volledig gedekt worden?” Nou ja zeg! Wat hebben die lui met mijn liefdesleven te maken?

Eén vraag was er maar die ik direct kon invullen. “Verwacht u het komende jaar rugpijn te hebben?” Ik heb geschreven, “zolang dokters en apothekers bonussen krijgen van de farmaceutische industrie over de rug van de patiënt, zal ik nog heel, heel veel rugklachten hebben.”

Tussen al deze beslommeringen door, belde de burgemeester nog. Ook zij had maar weinig tijd en was licht overstuur. Van Booma schermde met namen van kopers als McDonalds en Tulip Hotel voor Schatzenburg en zelf had ze een dringende afspraak met de schoonheidssalon. “Lieve Mosk”, sprak ze vleiend, “wat moet ik doen?”

Gelukkig kon ik haar geruststellen: “Lief kind, maak je vooral geen zorgen. In Sneek gaat een hotel failliet, dus geen ondernemer zet zo'n ding neer in het niemandsgat tussen Dronryp en Menaam. En McDonalds komt al helemaal niet. Op dat stukje snelweg tussen Leeuwarden en Harlingen kun je juist zo lekker racen, dan ga je natuurlijk niet halverwege stoppen voor de een of andere vetter dan vetburger.

Trouwens, over grote namen gesproken. Burgermoeder, als u me belooft het nog niet verder te vertellen, ik weet van welingelichte bronnen dat de Koepelkerk volgend jaar opgekocht gaat worden door niemand minder dan Joop van den Ende. Ja, daar kijkt u van op hè. Hij ziet het gekoepelde bouwwerk als een mooie dependance van zijn eigen bolvormige Circustheater in Scheveningen. De kerk wil hij ombouwen tot een kleinschalige schouwburg om jong talent daarin een kans te geven. Ook de Kruiskerk zal verkocht worden, zodat jullie als gemeente het gebouw kunnen omturnen tot een pracht van een gymzaal. Kunnen die volleyballers ook eens opslaan zonder meteen de bal tegen het plafond te knallen. De kerken willen dan een nieuw gebouw neerzetten op het terrein van de Polle. Maar burgemeester, mondje dicht hoor! Het is allemaal nog top geheim.

Maar nu nog wat anders, moeder aller burgers. Heb ik het goed begrepen dat jullie door het Ljouwerter B&W zijn geïnspireerd en als Vader Abraham en de Smurfen de dorpen in....Kletsj!!! Tuuuut..... tuuut....tuuut. Hmm, opgehangen.

Als je als eenvoudige Moskje zoveel te doen hebt, kom je niet aan je gebruikelijke strooptochten door tuinen en heggen toe. Ik had enorme honger gekregen en ging daarom maar weer eens naar de snackbar.

Kennelijk klemde de deur want ik kreeg hem niet opengeduwd. Tijdenlang drukte ik op de bel toen eindelijk niet de deur maar wel een raam boven mijn verbaasde kop werd geopend. “Wat mot je?”, klonk van bovenaf. “Graag een berenklauw, twee kroketten en een hamburger speciaal, m'neer”, antwoordde ik beleefd.

“Ben je helemaal gek geworden, idioot, het is midden in de nacht. Dan kan je niks bestellen, stomme vogel!”

“O, ja maar, u adverteert toch met ‘anytime is snacktime'?”

Als ik tijd had en  niet zo'n honger, zou ik een lange winterslaap houden. Wat een wereld!

MOSK


SEPTEMBER 2005
Uw dorpsbeest over het dorpsfeest
Daar ben ik weer! Mijn loopbaan bij Talpa was niet indrukwekkend en vooral niet lang. Reeds de eerste dag beging ik een onvergeeflijke blunder. Een beker koffie keilde over de vloer en gedienstig als ik ben pakte ik de eerste de beste dweil om de rommel op te ruimen. Begon me die dweil opeens geluid te geven en bleek het bij nadere beschouwing Gordijn, nee, ik bedoel Gordon te wezen!

Maar toen meisje de Mol in nog geen twee dagen voor de 25ste keer had uitgeroepen dat het toch zo gezellig was, was de grens bereikt en stond mijn besluit vast. Ik moest en zou terug naar Berlikum. Er is hier minder glamour als op het Mediapark in Hilversum, maar in Berltsum gebeurt tenminste iets.

Zo viel mijn terugkomst samen met de voorbereidingen voor het dorpsfeest. In welke straat ik van achter de bladeren naar beneden koekeloerde, zag ik hetzelfde tafereel. Eén persoon werkte zich in het zweet, erom heen stonden 5, 6 stuurlui met de handen in de zakken en de mond ver open. Dat is nou typisch Nederland in 2005, als er één werkt, verschaft zeker een handvol managers zich een plekje in de luwte.

Vanuit mijn veilig nestje aan de Hofsleane bezag ik hoe mensen stoeptegels uit hun strak gelid wurmden. Vervolgens boorden ze met veel kracht en lust steeds dieper en dieper en dieper..... Ik heb ze nog gewaarschuwd, boor maar niet te diep, anders kietel je straks nog de Chinezen. Niet veel later spoot uit zo'n gat een steekvlam en zat een gedeelte van Berltsum zonder stroom. Ik sei noch tsjin dy oelewappers, IT KIN NET!

Al met al viel het mee, slechts een halfuur duurde het voordat ik weer nieuwe koffie kon zetten. De zogenaamde miljoenenschade waar sommigen nu mee schermen zal dus wel meevallen. En NUON zal gezien alle extra verlichting in het dorp ook geen verlies hebben geleden. 

Nee, als er iemand reden heeft zich te beklagen is het wel de voorzitter van Oranje Nationaal. Maanden zwoegde hij vol vuur op een openingsspeech. Toen het zover was verhief hij zich boven de aarde, nam nog een slokje water, zoog zijn longen vol met lucht en .... was het geluid maar matig en praatte menigeen door in afwachting van dat andere vuurwerk.

Beste Sijbren, ook dat is Nederland 2005, je richt tegenwoordig makkelijker een omroep voor debielen op dan dat je één verstandig woord aan een menigte hersenlozen kwijt kunt.

Op de tweede avond dacht ik dat het feest een voortijdig einde zou beleven. Opeens werd K3 afgekondigd. K wat? K3 dus, ik dacht dat een nieuw vogelgriepvirus had toegeslagen, maar bij nader onderzoek bleek het om drie Belgische anorexiapatiëntjes te gaan die door liedjes geld inzamelen voor hun behandeling. Ach, beste mensen, die muziek, avond aan avond dezelfde deuntjes. Zeven keer heb ik de engeltjes van Robbie Williams gehoord, zestien maal turfde ik het paradijs bij het dashboardlampje van Meat Loaf en maar liefst vierentwintig Abba medleys. Gaaaaap!!

Donaldo, No Feeling, Lazy, Lijk uit Appelscha, de Franse Fries Bauer, Second Hand, allemaal brengen ze wat een ander al verzonnen heeft, ze kopiëren het origineel en elkaar. Het volgende feest kunnen we beter een plaatje DVD-tje opzetten of een CD in de gleuf doen. Wel zo makkelijk, het geluid is stukken beter en het drukt de kosten aanzienlijk. Al die na-apers. Doe mij nog maar een rondje van de Bubbelblazers.

Zoveel zou ik nog kunnen vertellen, maar boven alles was het een mooi dorpsfeest. Zelfs de zon lachte ons stralend toe. Gedurende vier dagen keek iedereen wat vrolijker en blijer de wereld in. Alsof de rest van die wereld even niet bestond.
Mosk


JULI 2005
Ik verzuip in het geld
Ik mag dan een eenvoudige huis-, tuin- en keukenmosk wezen, ondertussen ben ik de Dagobert Duck onder mijn soortgenoten. Ik kan duiken in hopen geld, urenlang zwem ik erin rond, het is zelfs zoveel geworden dat ik moet oppassen er niet in te verzuipen.                        

Het begin van mijn financiële goudmijn ligt in niets minder dan ons aller lijfblad Op ‘e Roaster. Ik las van de speeltuinvereniging dat zij nog zo'n 7000 euro nodig hadden voor een fatsoenlijke speelplek voor de plaatselijke kinders. Een rekensommetje leerde mij dat per inwoner van ons dorp nog geen 3 euro gegeven moest worden om dit bedrag op te hoesten. Binnen kwam echter een luttele 2500 euro, oftewel, nog geen euro de inwoner. Vooral, zo doceerde de Lytse Rakkers ons, gezinnen met jonge gezinnen en tweeverdieners lieten het spontaan afweten.

Welnu, eerwaarde lezers, toen zag ik het Licht! Waarom nog langer geld uitgeven als ik het met handenvol kan binnen vegen? Ik wil natuurlijk graag bij de meerderheid horen, dus iedere collectant of vereniging die bij mijn nestje aanklopt, stuur ik minzaam glimlachend naar de gezinnen met tieners en eenverdieners door.

Mijn boodschappen doe ik niet meer bij de lokale middenstanders, ik vlieg wel een paar kilometer verder, als het maar een paar cent goedkoper is!

Sindsdien is er geen houden aan. Het meest winstgevend is nog de handel in mensen uit het vroegere Oost-Europa. De Polen zijn niet aan te slepen om de kassen te bevoorraden. Mensen nog an toe, wie verdient er niet aan? De tuinders, huisjesmelkers, arbeidsbureau's, taxi-ondernemingen, winkeliers en ik dus. Polen zeuren niet en als ze het al doen, versta je ze niet. Ze stoppen niet met werken, want weten zij veel van CAO's. En je kunt ze eindeloos stapelen, eh sorry, ik bedoel huisvesten, in verder onbewoonbare huizen. Een goudmijn, zo kan ik u verzekeren.

Pas geleden had ik een foutje gemaakt. Ik had wat Roemeense en Bulgaarse meisjes die niet zo hard wilden werken. ‘Wij willen wel de vruchten plukken, maar daarbij liever op ons rug liggen', zo was hun verzoek. Hen lever ik af in Amsterdam, ze hoeven alleen maar in een vitrine te liggen en naar de voorbijgangers te zwaaien. Laat ik ze nou met m'n stomme vogelkop in Berltsum afleveren. Kwamen de tuinders bij me klagen, de tomaten en paprika's waren geheel van kleur verschoten.

Bij deze wil ik minister Veerman van Landbouw ook nog bedanken. Berltsum behoudt zijn speerpuntfunctie voor de glastuinbouw. Er komen dus nog heel wat kassen bij. Direct heb ik het terrein van Berlingahiem opgekocht. Daar zal nu een 5-hoog appartementencomplex verrijzen zodat nog meer Polen gehuisvest kunnen worden. ‘Ja maar', hoor ik u vragen, ‘er was daar toch vervuilde grond?' Nou en, antwoord ik dan, die lui werken van 6 tot 6 en aan het eind van het seizoen gaan ze weer terug naar hun eigen land, dan zul je heus geen last van wat vergiftigde grond hebben.

Overigens zal ik met deze rubriek stoppen, het is tijd om uit te vliegen. Omdat ik het geld lijk aan te trekken tegenwoordig, ben ik weggekocht bij de Roaster door John de Mol van Talpa. Ik wil verder niets verklappen, maar dat het maandelijkse bedrag van toekomstige verdiensten in de zes cijfers loopt, dat ligt voor de hand. 

Nu het geld binnenstroomt, kan ik het ook volkomen eens zijn met onze prumjeeh, we moeten altijd positief blijven.

Moneymaker Mosk


JUNI 2005
Halt, u valt!!
Zodra de Roaster is verschenen, wordt de redactie bedolven onder de brieven. Het merendeel is van een hoog meevoelend gehalte met het simpele zielenleven van uw Mosk, zoals bijvoorbeeld: “Als u werkelijk niets beters hebt dan zo te zwetsen, ga dan eens wat nuttigs doen”.

Ik vond het mooie tip tegen verveling. Maar wat kan een eenvoudig huis-, tuin- en keukenmussenbeest als ik voor de mensheid betekenen?

Een dag later wist ik het. Er plofte namelijk onder de wervende titel ‘Halt, u valt' een uitnodiging voor een fietsworkshop voor ouderen in mijn nestje. Jaarlijks moeten maar liefst 11.000 ouderen naar het ziekenhuis omdat ze een ongeluk met de fiets veroorzaken. Het valpreventieproject ‘Halt, u valt!' wil de fietsveiligheid van de miljoenen ouderen in Nederland bevorderen. Ik zag een grootse taak voor me. Wees wijs met grijs, hield ik mijzelf voor en red onze oudere medemens van de onzachte aanraking met het asfalt.

De aangekondigde fietsworkshop stond gepland voor 7 juni, maar ik meende dat deze plots was vervroegd naar vrijdag 13 mei. Een rondje door het dorp werd autovrij afgepaald met dranghekken en de bochten beveiligd met strobalen. Mooi, dacht ik, daar kan geen bejaarde fietser zich meer een buil aan vallen. Even later stormde evenwel jong talent door de straten op supersnelle racerijwielen. Ach natuurlijk, hoe kon ik mij zo vergissen, dit was natuurlijk een demonstratiewedstrijd hoe je je op de fiets kon voortbewegen, zonder meteen enkele reis ziekenhuis afgevoerd te moeten worden.

Overigens hadden deze vlot malende pedaleurs toch wel een bijzonder ziektekostenverzekering afgesloten. Ze werden achterna gezeten door een auto waarin zich een half medisch team bevond. Daar kun je als oudere fietsende risicofactor natuurlijk alleen maar van dromen.

Enkele dagen nadat het parcours was afgebroken, besloot ik met mijn mensenreddende activiteit te beginnen. Ik stelde mij op langs de Hofsleane en wachtte. Er was geen enkele senior te bekennen. Hoe lang duren de middagslaapjes tegenwoordig?  Pas toen de torenklok een zee van bonken om kwart voor drie over Berltsum had uitgestort, werd ik een fietsend ouder echtpaar gewaar.

Meteen zag ik ook het gevaar. Wat deden zij namelijk? Geheel nietsvermoedend trapten zij rustig voort. Ze keken naar alle huizen aan de Hofsleane en liefst naar binnen. Ze letten niet op verkeer van rechts, en ook niet op dat van links. Daarbij kletsten ze over het weer alsof hun geen enkele catastrofe te wachten stond. Ik voelde het. Zoveel onoplettendheid kon niet goed gaan.

Wat was het mooi geweest, als ik nu kon vertellen dat ik op tijd ingegrepen had en daarmee het aantal slachtoffers beperkt had tot 10. 998. Maar helaas, ik kwam te laat.

Want juist op het moment dat ik de weg opsprong en met alle lucht uit mijn kleine vogellongen uitriep: Halt, u valt!!!, haakten de twee sturen van de lieden op leeftijd in elkaar, met als gevolg dat zij hun evenwicht niet meer konden bewaren en met een enorme slag op de stenen kwakten. Een vreselijke val met nog verschrikkelijker kwetsuren. Ooooohh, kreunde de man, terwijl hij met zijn ontvelde handen naar zijn in tien stukken gebroken kunstgebit greep. Aaaahhh, gilde de mevrouw, haar handen uitstrekkend naar haar linkeronderbeen die inderdaad in een rare positie verkeerde, het leek wel de wijzers van een klok die op vijf voor twaalf stonden.

Wat nu te doen? Ik rende naar de dokter, maar die was druk bezig met staken. Er zat niets anders op dan een ambulance te bellen.

De ziekenwagen liet niet lang op zich wachten. Bij het naar binnen schuiven van de twee brancards waarop de kreunende bejaarden waren gelegd, stopte ik hen nog snel een folder voor de fietsworkshop toe. Ze bedankten me met tranen in hun ogen. Ze zeiden: “Je moet er toch niet aan denken als u er niet was geweest, om ons te helpen. Wat zou er dan wel niet gebeurd zijn. Mosk, duizend maal dank!”. Toen werden ze afgevoerd. Met een voldaan gevoel keerde ik nestwaarts.

MOSK


MEI 2005
De ijsheiligen? Nee, de hijsheiligen!

Ik had me als eenvoudige huis-, tuin- en keukenmus eens lekker tussen vers uitgekomen blaadjes van de heg genesteld, toen ik in mijn mijmeringen gestoord werd door twee buren die precies boven mijn hoofd een gesprek aangingen. Geen woord heb ik gemist, want ze toeterden allebei om het hardst in mijn oren. Ze hadden een verschillende kijk op het moment van het in de grond poten van plantjes. Buurman 1 was er al druk mee doende, buurman 2 niet en wel uit vrees voor de IJSHEILIGEN. Hij sprak het woord fluisterend maar met veel nadruk uit, daarbij onrustig om zich heen spiedend, alsof een terroristische aanval te verwachten viel.

Nadat beide buren weer tot hun werkzaamheden waren teruggekeerd en ik veilig de wijk kon nemen, wil ik graag de taak op mij nemen om de discussie eind april en begin mei op een hoger niveau te tillen. De IJsheiligen bestaan namelijk niet. Ze hebben ook nooit bestaan, zelfs meester Visser, voorwaar een autoriteit als het op de plaatselijke geschiedenis aankomt is hier niet van op de hoogte, maar waar we het hier over hebben zijn de zogeheten Hijsheiligen.

Voor deze Hijsheiligen moeten we ver terug in de Friese geschiedenis, naar de oertijd zelfs, de tijd dat er alleen nog maar reuzen rondliepen door Wâlden en over Greiden.

Er waren drie met elkaar bevriende reuzen, te weten Haakan - helft van een tweeling van wie de andere Haakaf de geboorte niet had overleefd -, IJsbrand - een nogal gespleten persoonlijkheid, want wie kan ijs branden?- en als derde Sieglander van wie we slechts kunnen vermelden dat er niets bijzonders over hem te vertellen valt.

Als drie vrienden hadden zij elkaar een heilige eed van trouw gezworen en in overeenstemming met de eerste letter van hun namen vormden zij de HIJSheiligen. Als zij samen kwamen, hielden zij zich meestal onledig met ‘reuze gezellig te hijsen', hetgeen niet veel meer betekende dan jagen op aanlokkelijk wild en vrouwelijk schoon.

Op een keer spraken Haakan, IJsbrand en Sieglander weer af om de volgende dag te hijsen.

Nou moet ik er wel bij vertellen dat de drie reuzen in een paar stappen een vlek als Berltsum hadden doorkruist, maar dat in die tijd Friesland beduidend groter was dan nu. Haakan vertoefde meestal in het westen, tegen de Noordzeekust aan. Sieglander woonde een stukje oostelijker, in het Oost-Friesche, waar we nu ongeveer Hamburg en Bremen kunnen terugvinden. IJsbrand was een ridder zonder vaste woon- en verblijfplaats en zwalkte van hot naar her, zoals zijn gekke kop het hem in gaf.

De dag dat Haakan, IJsbrand en Sieglander afgesproken hadden, hebben zij elkaar nooit ontmoet. Toen Haakan ontwaakte stond er een harde wind, bijna een storm. Hij dacht bij zichzelf, ik hijs de zeilen van mijn schip en vaar mijn vrienden tegemoet. Sindsdien vaart hij met de wind der wanhoop in zijn zeilen op zoek naar zijn eedgenoten. Sieglander werd bij het ontwaken verrast door een enorme krachtige zon, het zweet gutste hem van de kop. Hij hees zich in een wolk om daar beschutting te zoeken en drijft vanaf die tijd beurtelings voor en achter de zon. IJsbrand tenslotte wachtte hier en wachtte daar, maar niemand kwam. Om zijn verdriet te troosten, dronk hij vaten vol bier waarna hij niets anders kon dan enorm plassen, zozeer dat er sprake was van een heus regenfront.

De eeuwen door zoeken Haakan, IJsbrand en Sieglander al naar elkaar. Zonder elkaar te treffen. In geval dat één van de drie weersverschijnselen overheerst, missen zij elkaar. Maar eens per jaar lijkt het erop dat zij elkaar naderen. Als de kracht van de zon, de wind en de regen even groot is, dit is de periode van april en begin mei, komen zij in elkaars nabijheid. Hierdoor komen grote luchtdrukverschillen voor, waardoor de drie fronten, gekenmerkt door zon, wind en regen op elkaar lijken te botsen. Door dit uniek klimatologisch verschijnsel ontstaat een ijzige periode op aarde, omdat zij boos zijn geworden op elkaar en de een de ander wil vernietigen. Maar omdat zij even sterk zijn, zal niet één van hen het winnen. Wel is het dan gruwelijk koud op aarde, vanwege hun onderlinge ruzie omdat zij de ander verdenken van trouwbreuk. Die koudeperiode duurt nooit lang, daar zijn ze inmiddels te oud voor, hun krachten zijn door de ouderdom enigszins afgenomen.

(met dank aan Pyt Paulusma voor de verklaring van de weerkundige factoren die bijdragen tot de legende van de HIJSheiligen)

MOSK


OUDERE COMMENTAREN WORDEN NOG TOEGEVOEGD.